Stadsdichter Enschede Jos Eertink

Foto Ruben Cress www.rubencress.nl

Achtste stadsdichter van Enschede

Op zaterdag 2 februari 2019 werd Jos Eertink gekozen als achtste stadsdichter van Enschede. De andere genomineerden waren Daniëlle Spoelman en Ahmed Yilmaz.

Jos zal de komende twee jaren de veelzijdigheid van Enschede in woorden gaan vangen.

Zijn gedichten zijn hieronder te lezen.

———————–

De kleine lente van De Wonne

In de wintertuin van De Wonne
was een kever binnengedrongen.
Galant gestippeld, goed gelukt,
in het Engels bekend als ladybug.

Als de lente onder de deur kruipt
sluipt ze gepantserd naar buiten
en laaft zich dan met huisgenoten
aan de warmte van het klooster.

En als ze ziet hoe in de toren
een kop met lange lokken loert,
spreidt ze vlug haar polkadots
en treft meneer Rapunzel.

Met zijn zilveren baard als lasso
trekt hij mensen uit hun roes
om de haastige tijd op het plein
wat zachter te doen lijken.

En de aandacht zal herrijzen
voor die stippen op de rug
van de kleine rode stadsbewoner:
onze lentebrengster, ladybug.

———————–

Allen een divisie hoger

voetbal is niet van papier
maar van spieren, zweet en gras
met 11 PK aan rode rossen
van fluitsignaal tot klinkend glas

als voetbal over cijfers gaat
zijn decibel en celsius
– de oeh’s en aah’s en hitte dus –
de meeteenheden vroeg of laat

en als je vraagt ’t spel te plaatsen
in de stad of in een leven
dan is hoger toch de plek
die het antwoord je zal geven

steigerbouwers, frietverkopers
allen een divisie hoger
piloten van de traumaheli
hoger, hoger, hoger

brouwmeesters, klokkenluiders,
brandweerlieden, biologen
de vakken van het alfabet
gaan hoger, hoger, hoger

———————–

Geen zwanenzang, madam

ze krijgen je niet klein, madam
ook ik werd door ’t vuur gegrepen
ik gun je ijle lucht en regen
dit is niet jouw zwanenzang

ik heet dan wel een Grote Kerk
maar jij blinkt uit in grootsheid
vereeuwiging en lof ten spijt
zijn vlammen soms te sterk

de mensen, laat ze bouwen
en gewoon weer van je houden
m’n orgel jankend, klok verlamd
ze krijgen je niet klein, madam

———————–

Wateroverlast

Als het water van maart gezakt is,
blijkt pas hoe verzadigd we zijn.
‘t Sijpelt door de markt en singels,
vindt altijd een reden om dieper
te gaan, tot het vocht opgehoopt
pleinen boller doet staan.

Het kan stormen boven Twente,
maar onze hoofden blijven droog.
De stadswal die in dromen rijst
zal nooit de poorten dichten.
Vlak voor het ontwaken zien we
druipende gezichten.

Water is steeds schappelijk, kiest
z’n routes toch gemakkelijk. In de
war staan we samen om de vijver
van het Volkspark. Met een stok
slaat iemand woedend door de
spiegel die vertroebelt.

Verderop wordt er gegraven in
de lange straat naar Oldenzaal.
Een ander denkt te weten dat ze
een berging maken voor regen;
voor de oorzaakloze zondvloed,
waaraan niemand schuldig is.

———————–

Heldinnen ontwikkeld

Ze stapelt vingervlug gezichten
tot een samenvattend masker.
Verscholen in haar clair-obscur
ligt verstild een heldendicht.

Haar muzen trekt ze uit het
duister. Hun beeltenis geneest,
zuivert lucht in vuile longen,
blust een brand in één seconde.

Nu ontwikkeld en bezongen
komt hun exodus tot rust.
Bewonderaars die dragen
met liefde hun bagage.

Geschreven voor de tentoonstelling ‘Heldinnen’ met foto’s van Tessa Wiegerinck. De tentoonstelling met portretten van Twentse Heldinnen was in maart 2019 in de Bibliotheek Enschede te zien.

———————–

Oostelijk droompaar

Stel je voor: zomaar een paar,
wonend in de Tubantiastraat.
Met hun huis opgeknapt en
een tuin voor wat diepgang

als de kater loom spint op
een zomerse schoot. Zegt zij:
hoe blij ik ook ben niet om-
singeld te zijn, je vraagt je

toch af hoe ver ie kan rijden.
Hun Fiat 500 zegt plechtig
en wijs: ik vervoer je naar
bloesems in aards paradijs.

Geschreven voor een paar uit Enschede dat trouwde in Het Paradijs en op reis naar Japan ging in de bloesemtijd.

———————–

Boulevard of eastern dreams

Eén toren maakt nog geen skyline,
werd laatst achteloos gefluisterd.
Het was nacht. De stad scheen
inderdaad wat plat te zijn.

Een gedaante vluchtte weg van
pas geleegde bussen. Alles wat
gebouwd wordt, las ik, is eerder
al gedroomd. Ik wandelde verder

onder hooggespannen wolken.
Pas op dat je niet valt, klonk het
stiekem uit een steeg. Duizend
gele ogen gingen open aan de

horizon. Een blik gloeide wakker
in de kop van de boulevard.
Ik versteende en werd één met
al dat staal, beton, zijn vezels.

———————–

Momenten in Eanske

Je kan hier bijvoorbeeld geboren worden
op een plek genaamd Walkottelanden
wat toen wellicht klonk als een magisch
moeras, met vuurvliegjes boven
wat sluiers van gas

Je herinnert je een rode bal, een koe die
door de stadsrand brak en gestruikel
over de Duitse grens, ach mens
het zijn slechts eerste stapjes
die geen sporen achterlaten

Het volwassen worden op een campus
is ook iets wat verloren gaat
en vervlogen is de dag waarop
je een stukje binnen singels kocht
alleen de stenen zijn er nog

Jouw momenten in het oosten
verdampen door de droogte
maar keren op de Oude Markt
soms net als je gestolen fiets
terug vanuit het niets

———————–

Indische streken

Dit is een beladen buurt
gevormd toen wij nog heersten
in een onbegrepen verder oosten
waar we straatnaambordjes stalen

Het eiland Java kleeft aan rode stenen
waarlangs een dichter nu nog zoekt
naar een school met oude vriendjes
of een woord dat rijmt op internet

Deze buurt heeft lage huisjes
die bloeiden toen er bommen vielen
en er hier en daar werd aangebeld
Geknakt en weer opnieuw gevoegd
zo gehavend zijn ze prachtig
als een kapper die zijn eerste klant
bij het tellen van de jaren knipt
voor de allerlaatste keer

———————–

Ledeboerpark

Was je erbij toen de mammoetboom groeide?
Niet een klein stukje maar zichtbaar en krakend
De tuinman en de imker waren lang en breed thuis
alleen zij die hielden van nacht bleven achter

Gestoord door het geruis van de Hengelosestraat
grepen rododendrons met hun takken in elkaar
Alleen ‘t gezwoeg van die reus was nog hoorbaar
hij klom uit de aarde met harige bast

Zij die hielden van nacht zaten plots tussen offers
van eenden en eekhoorns en muisstille herten
die knielden met nootjes en korstjes van brood
Bij de poort lieten adelaars niemand naar binnen

———————–

Roombeek

Hier liggen de stenen over littekenweefsel.
In grondgebied vol kruit klimt het groen vanuit een
krater. Van oude ruïnes hebben kavels geen weet.

Omringd door jonge dromen is de beek
opnieuw gaan stromen. In blije hoge gevels
straalt een bitterzoete lach.

Een strakgespannen busbaan brengt toeristen met
een camera. Wat wordt vastgelegd is onverwoestbaar
althans de pixels van het plaatje.