Regine Hilhorst

Regine Hilhorst is op 2 februari 2013 verkozen tot stadsdichter van Enschede.Naast Regine waren Veronica Berkvens en Margót Veldhuizen de genomineerden.De jury prees Regine om haar verrassende, intrigerende werk dat getuigt van een eigen kijk op het leven. Ook was de jury enthousiast over haar sterke en sprankelende voordracht.

 project ijstijd

Stadsgedicht naar aanleiding van de feestelijke presentatie Beleef de Laag van Usselo

met het Vuursteen-object op het monument en het educatief project voor de kinderen Beleef de Steentijd. Bij de ingang naar Het Rutbeek, op 13 mei 2013.

Jagen

Stop. Sta stil.
Hier ligt verleden.
Lagen dik onder de voet.

Zonder toen is er geen heden.
Zonder wortel weet geen mens meer
van zijn vlees en bloed.

IJs- en steentijden, zij gleden
over deze Usselose houtskoolgrond.

En toen de zon het won van ijs en kou,
bracht de jacht mijn oerouders hier.

Hier liggen flinters vuursteen tot speerpunt geslepen
voor de buit: het vlees, de huid van beer of rund of rendier.

Altijd maar jagen, lege magen,
gevuld met wat bessen, verzameld graan.
Altijd maar, altijd maar achter de kudde aan.
Gaan.

Hier bleven ze even,
enoten misschien van de zon.
Misschien zongen ze wel over hemel of hel.

Tot een muur van ijs het leven bevroor.
De rendieren gingen mijn oerouders voor.

Rest het spoor van vuursteen,
dertienduizend jaar later.
Lagen dik onder de voet.

Stop. Sta stil.
Blijf nog even.
Ga dan weer
de kudde achterna.

©mei2013/project de ijstijd / www.stadsdichterenschede.nl /Regine Hilhorst

Stadsgedicht naar aanleiding van de troonswisseling.

Dag koningin

Kom maar van de postzegel.
Kom maar van de munt.
Kom maar bij ons.

Krab de hoeken uit uw glimlach.
Laat uw haar maar haarlakvrij.
U hoeft niet meer.

Wij kennen u.
Wij kregen u er gratis bij.
Op tegel of op koffiekop,
op lepel, T-shirt of op een blikje hagelslag.
U wuift, u knikt, u glimlacht zacht.
U was altijd een plaatje.

Wij kennen u.
Wij weten van uw hoed en rand,
uw voorvaders, ons vaderland.
Wij weten meer van alle ‘Willems’
dan van ons eigen vlees en bloed.
Oranje bindt tenminste,
‘tot in den doot’.

Kom maar van de postzegel.
Kom maar van de munt.
Kom maar bij ons.

Geen protocol.
Geen houd-afstand-hekjes.
Nee, gewoon dichtbij.
Zoals toen.
Op die zonnige zwarte dag.
Op 13 mei.

Toen Enschede in rook en puin,
in zak en as verbijsterd was.
Toen u daar in die hal,
tussen veldbed en EHBO,
ons verdriet zo
warm omarmde.

Toen u
van koekjestrommelportret
ineens
een moeder werd.

Kom maar van de postzegel.
Kom maar van de munt.
Kom maar bij ons.

©©30 april 2013stadsdichterenschede.nl / Regine Hilhorst

  

Stadsgedicht april naar aanleiding van de crisis, de aanhoudende en aanstaande vorst.

Koning Winter

Laten we zeggen dat het lente is.

De vorst vriest de winter vast
en de viool in pot
is, nu ontdooid,
van het soort snot
waar ook
mijn zakdoek vol van is.

Laten we zeggen dat het lente is.

Ik kruip kleumend voor de haard
en trek bij gebrek aan geld
mijn ouwe wollen sok maar aan,
die gevuld de luxe zon beloofde,
maar nu leeg misschien
een dagje Rutbeekstrand.

Laten we zeggen dat het lente is.

Mijn spiegelbeeld grijnst steeds grijzer
en toen ik hijgend hardliep
in het fluorgeel,
riep zo’n jongen:
“Mam kijk nou,
daar rent een oude vrouw.”

Laten we zeggen dat het lente is.

Natte sneeuw verstopt elk paasei.
Ik zoek mee en
godzijdank
zie ik een fris groen kroontje
moeizaam opstaan
uit het grauwe wit.

Laten we zeggen dat het lente is.
Al zit de vorst nog in de grond
tot zeker 30 april.

©april stadsgedichten Regine Hilhorst

 

OPROEP AAN MUSICI,KOREN EN ANDEREN:

SCHRIJF MUZIEK VOOR DEZE SMARTLAP EN STUUR HET MP3 OP NAAR

stadsdichter@enschede.nl
Rooie Rita: een smartlap over crisisleed en noodlot

Daar ligt ze, Rooie Rita.
Tussen lege bakjes friet.
Gevallen door de crisis,
gestorven van verdriet.

Daar ligt ze, Rooie Rita.
Een mes steekt in haar borst,
waaruit silicone sijpelt
als vet uit vette worst.

O Rita, Rooie Rita,
je liefde was te huur.
Wie huilt er om je, Rita?
Wie klaagt er bij de Muur?

Daar ligt ze, Rooie Rita.
Hoer tegen wil en dank.
Haar Henk stuukte al lang niet meer,
hij goot zich vol met drank.

En zij was wegbezuinigd,
een flexmeid kreeg haar baan.
De schulden vraten aan haar trots
en Henk vloog haar steeds aan.

Ze deed het uit liefde.
Stiekem, boven de Sting.
Zo kon ze Henk verrassen
met een borstverdubbeling.

O Rita, Rooie Rita,
je liefde was te huur.
Wie huilt er om je, Rita?
Wie klaagt er bij de Muur?

Daar ligt ze, Rooie Rita.
Door het noodlot geveld.
Haar dronken Henk had 09-
zijn eigen vrouw gebeld.

De rest laat zich raden:
het mes, de drank, verdriet.
Hij stak, zij viel als afval neer
tussen de bakjes friet.

O Rita, Rooie Rita,
je liefde was te huur.
Wie huilt er om je, Rita?
Wie klaagt er bij de Muur?
© maart 2013: smartlappenfestival stadsdichter Regine Hilhorst

 

 

Gedicht geschreven voor de Catalogus Kunstenlandschap Lonneker 2013 en n.a.v. het Jubileum van de Stichting Literaire Manifestaties Enschede SLME op 23 en 24 maart.

Scheppen

Zoals elke sterveling
ploeg ik
de aarde om

Ik scheid de stenen
van het zand
op zoek
naar
evenwicht

Loodrecht
of
hemelsbreed

Ik weet
de weg niet

Ik kneed maar wat
houvast
en
plant een kapstok
voor
mijn ziel
en zaligheid

Wie weet
bloeit er iets
moois.

©maart 2013 kunstenlandschap/SLME Regine Hilhorst stadsdichter Enschede 2013-2015