foto Annina Romita

Op zaterdag 28 januari is Margót Veldhuizen verkozen tot zevende stadsdichter van Enschede. Met haar aansprekende, beeldende gedichten won ze van Dick Schlüter die eveneens door de jury werd geprezen.

 

De jury bestond uit Bärbel Dorbeck-Jung (voorzitter SLME), Trudie Lucardi  (secretaris SLME), aftredend stadsdichter Jovan Bilbija, oud-stadsdichter Regine Hilhorst, Mikos Teuben van Boekhandel Broekhuis en Gijs Ornee van de SLME.

Margót zal de komende twee jaar gedichten schrijven voor en over onze stad.
 
———————–
De Alphatoren

Geen kerk met haan of kruis
als baken voor een bange burger
de weg kwijt in deze wereld
van globalisering en emigratie
of ander groot en klein verdriet
maar een toren die in de hemel reikt
en die men van ver al ziet.

Op straten razen auto’s voorbij
knallen motoren trommelvliezen stuk
voetgangers wachten op kruispunten
op weg naar vertier en snel geluk
te koop in winkels, restaurants
markt en cafés op loopafstand.

Hij staat met zijn hoofd in de nevel
of in een helderblauwe lucht
kijkt ver over de stad
heeft iedereen in het vizier
koestert warmte van de zon
kent alle toppen van de bomen
voelt de snijdende oostenwind
ziet vogels in hun vlucht
regenbuien van ver al komen
laat westenwind hevig slaan
buigt niet mee, blijft stevig staan.

Is als een ijkpunt in een snelle wereld
waarin wij verder moeten gaan.

Stadsgedicht november 2017

———————–
Gedoe

Zij sjouwt met een zwarte vuilniszak
zichtbaar te zwaar voor haar broze lijf
een beetje schuin en scheef over de stoep.

Het afval scheiden valt niet mee
al is ze voor een schoon milieu
ze draagt graag haar steentje bij
door thuis nauwkeurig selecteren.

Gedoe, zo noemt ze het, want in haar flat
moet zij het groen bij restafval doen
vandaar die zware zak lacht zij
chagrijnig is ze bijna nooit.

Ze mist waardering,
het kost de burger extra tijd
ook zij besteedt dit kostbaar goed
veel liever aan iets anders.

Herinnert zich de zinken vuilnisemmer
die twee keer per week werd opgehaald
ze vraagt zich met verbazing af
wie nu al het afval betaalt.

De zak is weg voor hergebruik
daar vertrouwt ze op
al zal dat niet gemakkelijk zijn
met groen en grijs flink door elkaar.

Stadsgedicht oktober 2017

———————–
Stad in de regen

Het regent op het gras en op de bomen
die doodstil langs de singel staan
waarover fietsers ’s morgens vroeg
half dromend naar hun werk toe gaan.

Op Grote Kerk en het stadhuis
waar verschillende stemmen klinken
wist hij met doordringend zacht geruis
onenigheid en sores even uit.

Het daalt op kletsnatte kinderen die spelen
vrolijk dansen in een grote plas
op paraplus rood, blauw, zwart
tikt de regen extra hard.

De regen valt in vijvers en op eenden
die telkens snel kopje onder gaan
het zingt en klinkt in zinken goten
water stroomt snel door straten
soms sijpelt het door keldermuren
het regent vele lange uren.
En plotseling, alsof een grote kraan is dichtgedraaid,
stopt het tikken, is het stil, heel even stil
de stad ruikt schoon, ruikt fris naar gras
gevallen blad en donkere aarde
naar herfst die al in aantocht is.

Stadsgedicht september 2017

———————–
Thuisblijver

Ik heb zo’n heimwee naar de grijze zee
het wijde strand met schelpen
cirkelende meeuwen in zilte wind
ruisende golven, de geur van zout.

Zo’n verlangen naar de zee
hij neemt van het strand
een heel stuk mee naar waar
de grote boten varen
voorbij de horizon
naar ver gelegen havens.

In mij woont de zee die fluistert
luistert naar elk geheim dat ik vertel
en door de wind wordt meegenomen.

Ik wil zo graag naar zee
gesnater en geklater
van kinderen op het strand
zon en zout op huid
het vele licht, de hoge lucht
lopen langs de vloedlijn
blote voeten in het water
of in het rulle zand.

Ik mis vandaag de zee
zo ver van Enschede.

Stadsgedicht augustus 2017

———————–
Hypermodern ziekenhuis

Verpleging rent, verpleging vliegt
er is nauwelijks tijd
voor een koele hand
op koortsig hoofd
of troostend woord
voordat de nacht begint.

De dokter mag blijven
hij zorgt voor productie
de zuster of broeder
moet misschien weg.

De nieuwbouw te kostbaar
schulden te hoog
miljoenen verlies
het moet efficiënter en slimmer
dure bestuurders strak in het pak
weten van wanten
hebben vaker met dit bijltje gehakt.

De dokter mag blijven
hij zorgt voor productie
de zuster of broeder
moet misschien weg.

Door de lange gangen
vliegen witte nachtegalen
zo snel dat wij hen nauwelijks zien
langs roomwitte muren
met veelkleurige kunst
op weg naar hun patiënt.

Stadsgedicht juli 2017 n.a.v. de aangekondigde bezuinigingen voor het MST

———————–
Kunst in het groen

Kunst is buiten in het groen
staat te kijk op gras
onder eiken en beuken
hangt in wind of regen
ligt aan de oever van een vijver.

Kunst pakt en tilt mij hoog op
zodat ik dichter bij de hemel ben
nieuwe beelden in het landschap
verwarren en verwonderen
ontnemen mij de woorden.

Ben even weer het speelse kind
dat op één been dansen kan
cirkels schrijven in de lucht
tijd stil kan laten staan.

Kunst is buiten in het groen
danst onder bomen
spreekt tussen koeien
huilt in water
lacht in regen
speelt met mij.

Stadsgedicht KunstinLandschap en Kunst in Het Volkspark juni 2017

———————–
Herdenken

Kransen en bloemen wil ze zien
haar rolstoel duw ik richting oorlogsmonument
aandachtig leest ze alle linten
groet soldaat en gijzelaar
de moeder en haar kind
ze raakt hen allen even aan
zoals ieder jaar.

Daarna op een terras
met uitzicht op de Oude Markt
klinkt het carillon
het speelt voor haar
dat weet ze zeker
ze kwam vaak in de Grote Kerk,
een meisje was ze nog,
de oorlog kwam eraan
met donder en geweld.

‘Wat heeft de stad veel meegemaakt,’
ze schudt haar hoofd alsof dat helpt
gedachten te verdrijven.

‘We kijken niet meer achterom,’
beslist ze ook voor mij,
de witte rolstoelbus staat klaar
‘dag schat, tot volgend jaar.’

Dodenherdenking 4 mei 2017

———————–
Bevrijd!

Het was Pasen, de eerste dagen van april
merels floten maakten nesten
al zat de kou nog in de lucht
toen Britse en Canadese soldaten
langzaam maar gestaag
richting centrum reden
er werd gejuicht, er werd gedanst
bevrijd, eindelijk bevrijd!

Bevrijd van angst
voor stampende laarzen
bonzen op de deur,
Duitse bevelen
geweer in de aanslag
vliegtuigen, handgranaten
bevrijd van angst om te praten.

Bevrijd, niet van de pijn die was
voor menigeen nog veel te rauw,
het leed te vers.

Er gloorde licht, men had weer
lucht en lef zich uit te spreken
nooit weer fascisme, dictatuur
een sterke leider
eigen volk eerst
nooit weer.

stadsgedicht – april 2017
Naar aanleiding van de Bevrijding van Enschede
op 1 en 2 april 1945

———————–
Enschedese vrouwen

Ik zie ze gaan
door weer en wind
met kinderen op de fiets
van school naar werk
en terug naar huis,
of met bejaarde moeder
uren in het ziekenhuis.

Ze vliegen vaak van hot naar her
gaan soms hollend door het leven
hun mantra ‘nog heel even’ zingt
door de straten van de stad.

Ze zijn van allerlei komaf
praten verschillende talen
zijn jong en oud, verstaan
elkaar soms woordeloos.

Kruipen uit hun schulp
of komen uit de kast
houden elkaar even vast
tuimelen om en staan weer op
flexibiliteit kent geen tijd
bij deze bezige vrouwen.

stadsgedicht – maart 2017
Voor SIVE vanwege haar 25-jarige verjaardag!

———————–
De wegwerkers

Daar staan de mannen
in oranje jas
de harde werkers
die in weer en wind
mist, zon en regen
de ingewanden van de stad
verkennen, zoals een arts
de vaten van de mens.
Zij repareren ook
verbinden als dat nodig is.

Als het water lopen kan
dekken zij toe wat even
zichtbaar was, leggen tegels
waarover wij weer verder gaan,
de klus is weer gedaan.

De harde werkers zij zijn moe
de één draait nog een sigaret
de schop wordt even neergezet
de ander heeft zijn rug gerecht,
het regent zacht, zijn knie speelt
op met vochtig weer, doet zeer.

De graafmachine draait zich om
de borden, linten zijn verwijderd
naar huis, naar huis!

Tot morgen, ja aju tot morgen.

stadsgedicht – februari 2017

———————–
 

Hieronder de vijf ingezonden gedichten voor de stadsdichterverkiezing

Tweeënnegentig

Daar gaat hij met wandelstok
nog tamelijk kras
en elke dag als het
van wie dan ook vermag
het weer het toelaat
zijn half uur rondje door de buurt.

Daar gaat hij door het park
waar de witte villa staat te pronken
blijft hij even staan, kijkt omhoog
naar vogels in hun vlucht
vervolgt opnieuw zijn weg
zijn stok tikt,
hij knikt naar wie hij kent,
loopt langs leeftijdsgenoten
die achter kleine ramen huizen
hem dagelijks voorbij zien gaan.

Hen ziet hij niet
wel jongens fietsen
turend op hun smartphone
hij doet een stap opzij
snapt de jeugd
is ooit ook jong geweest.

Slaat dan de hoek
om naar de Espoortstraat
waar hij de oude begraafplaats
ver achter zich laat.

Soms stap ik van mijn fiets
vertelt hij over lang geleden
danste tango in Buenos Aires
dronk champagne in Coppacabana
zijn ogen glinsteren
hij lijkt veel jonger nu.

Groet mij gedag met hoofse knik
ik roep adios naar zijn rechte rug.

 
———————–
Textielblues

De blues is als het leven
soms huilt zij, lacht zij, zingt zacht
laat de gitaar klagend klinken
de slepende stem van de zanger
wekt op wat je al lang vergeten dacht.

Het goudgele graan op de es
moeder thuis met koekjes en thee
vader was werken op de fabriek
de blues in Enschede.

Heimwee naar die zwoele zomeravond
wandelend met vriendinnen
likkend aan een ijsje van de Italiaan
nog laat op straat, het was bij tienen
van de bios naar het busstation
de middagploeg gaat al naar huis.

Voorbij, voorgoed voorbij.

Hij roept het op met zijn mondharmonica
zingt over mensen in Amerika
daar plukt een man katoen
komt ’s avond niet naar huis
de stoel die op de veranda staat
schommelt wild met groot verdriet
wij voelen het hier al zien we het niet
ver, ver weg in Enschede.

Voorbij, voorgoed voorbij.

Over rivieren en kanalen varen
nog steeds grote schepen
vrachtauto’s rijden in colonne
over vele autowegen,
levend vee wordt daar vervoerd,
treinen rijden vaak op tijd
vliegtuigen trekken witte sporen
in de hoge blauwe lucht
het leven zingt, het leven zucht
in Memphis en in Enschede.

 
———————–
Zondagse kleren

Toen mijn ouders zondagse kleren droegen
de radio zondagse muziek liet horen
vond ik het lopen uit door de poort
over de straat op weg naar het park.

Daar wachtten herten met grote geweien
schreeuwden pauwen
gleed het zwanenpaar
langs eenden en goudvissen.

Een roestige, ronde stang hield mij tegen
de vijver met planten en bomen
was van vogels en vissen.

Terug naar huis roken mijn handen naar ijzer
mijn haren naar gras
mijn ogen naar water
mijn huid naar wind.

Thuis zaten mijn ouders op
hun zondagse stoelen te roken
zij zagen niets, zij zeiden niets
ik gaf mijn moeder een pauwenveer.

 
———————–
De singel

Zwermen spreeuwen bewolken de rode hemel
dansen een choreografie
die niemand hen geleerd heeft.

In de middenberm jonge platanen
de singel slingert als een rivier
door deze waterloze stad
oversteken is hier lang wachten.

Auto’s razen voorbij
ik spring niet in een gat
de ruimte moet groter zijn.

Plotseling heb ik het koud
hoewel mijn wangen gloeien
vermoedelijk is er geen relatie
met de dansende spreeuwen
in de rode avondlucht.

 
———————–
Hart voor de stad

Hij kent de stad als geen ander
weet welke mensen er toe doen,
groet hartelijk wie hij tegenkomt
zijn lach klinkt vaak en luid
hij is erom bekend,
heeft met menigeen een klik.

Hij houdt van deze stad
zoals zo velen,
maar hij een tikje meer
strooit met ideeën
neemt initiatieven
steekt handen uit de mouwen
werkt, loopt, sjouwt
waar nodig is.

Geen blad voor de mond
daar houdt hij niet van
hij is een man van rechttoe rechtan.

Hij geeft zijn visie zonder dralen
heeft meestal gelijk vindt hij zelf
doet het belangeloos
niet voor het aardse slijk
of politiek gewin,
hij doet het voor de stad
en voor zichzelf
ook daar is hij duidelijk in.

 

© Stadsdichter Enschede 2017-2019 – Margót Veldhuizen

 

Klik hier voor andere gedichten van de Stadsdichter.