Regine Hilhorst

Hieronder staan de gedichten die Regine schreef als stadsdichter in de periode 2013 tot februari 2015.

 

Gedicht n.a.v. het bericht dat Hogeschool der kunsten ArtEZ de Jazz & Pop opleiding op het Enschedees conservatorium wil stoppen.

 

Muziekstad ziek.

 

Hogerhand ArtEZ,

sloopt, na klassiek,

nu ook de jazz- & popmuziek;

the soul

uit de Enschedese school.

 

Uit de maat.

Tot moes.

Met mokerslagen.

 

Saxen grommen, snaren trillen, bassen bonken,

stemmen jammen binnensmonds.

Harder gonst het, wringt het, swingt het,

zingt het

boven mokerslagen uit:

 

Vang de klank. Vul de stad.

Vang de klank. Vul de stad.

 

Een échte muziekstad

met noten op zijn zang,

wist het wel.

 

 

 

Gedicht geschreven voor de bundel van Diedichters ” Met zingen is de liefde begonnen”, thema van de week van de poezie 2015. 

Zonder zwaartekracht gezongen door Regine arrangement en piano Bert van der Veen

 

Zonder zwaartekracht

 

Zing.

Zing me terug,

 

naar die zomer

zonder zwaartekracht,

waarin ik alleen kon praten

als ik in je armen lag.

 

Waarin we

zwevend leefden.

Even leek het

eeuwig leven.

 

Zing.

Zing me terug.

 

Zing me sentiment,

zing mijn ziel aan gort,

zing me sprakeloos

zing me radeloos

 

Zing zo godvergeten

dwars door roest en ruis.

Zing me in je armen,

breng me weer

naar huis.

 

Zing.

Zing me thuis.

 

Stadsgedicht januari naar aanleiding van de veranderende (mantel)zorg.

 

Nagellak

parkiet

 

 

 

 

 

Daar gaat ze weer.
Al twee jaar gaat ze, twee keer per dag.
Lopend of op de fiets naar haar man.
“’t Is niet anders, maar ’t is beter zo,” zegt ze.

Soms duwt ze hem, voor een middag, in zijn koets naar huis.
Hij groet de vogels. De groenling, de sijs, de vink, de pimpelmees.
De volière in de achtertuin is leeg.

“Wie ben je?” vraagt hij. “O ja,” zegt hij, maar ik zie het hem vergeten.
De nieuwe kanarie heeft geen naam. Hij tjirpt de stilte vol.

Zijn handen zijn koud, zijn nagels gemanicuurd.
“Kijk, met nagellak!” Ze lachen.
Dat doen de meisjes, daar bij de Cypressenhof.”
Daar heeft-ie schik mee.

Hij glijdt weg. De meisjes.
Hij kon altijd goed met de meisjes.
De meisjes van de knipzaal en de strijkzaal
bij de gezusters Borst aan de Hengelosestraat.
1953. Zij was 15. Hij was naaimachinemonteur.

Hij knipt nu 3D-kaarten. Zij strijkt over zijn arm.

Waar de fabriek stond? Hij leeft op.
Hier om de hoek, waar nu die flat staat,
waar het Rommelrijk was, met zwarte markt en frituur. Daar.
Daar maakten ze vroeger overhemden en pyjama’s.

Straks rijdt ze zijn koets weer terug naar de Hengelosestraat,
waar alles begon en waar het straks eindigt.

Hij mag niet klagen. Zij klaagt niet.
Het is niet anders.
Ze strijkt over zijn arm.

De kanarie, zonder naam, tjirpt de stilte vol.

 

Stadsgedicht bij het afscheid van Peter den Oudsten,burgemeester van Enschede van 2005 tot 12 december 2014.

 

Man van het noorden, thuis in het oosten

Enschede. Uit as gesponnen, uit stof geweven, in zweet gebleekt.
Een uit zijn grachten gebarsten schoorstenenstad, met werk voor Jan, Yusuf en alleman. Ooit op volle kracht de spil van heel het land.

Van Europa’s grootste textielstad tot textielloze zielloze stad.
Met te weinig werk de weg kwijt, de hand op, het hoofd gebogen.
Gesloopt uniek verleden gevuld met van-hetzelfde-meubelpleinbouw
en − godzijdank − technische-hogeschool-, UT- en creatieve-campus-knowhow.

Voorwaarts en niet vergeten, want herkomst wortelt in elke stap.

Noodlot of toeval of moest het zo zijn.
Na stadsbrand en failliet textiel sloeg de vuurwerkramp
opnieuw een gat in de stad.

Noodlot of toeval of moest het zo zijn.
Na Mans kwam de man van het noorden thuis in het oosten.
De stad paste hem als zijn jas. Vastbesloten als hij was, zou hij
Enschede in zijn kielzog vlot trekken, voortstuwen, opkrikken
tot een trotse stad met allure, met perspectief.
Volle kracht vooruit. Recht zo die gaat.

Voorwaarts en niet vergeten, want herkomst wortelt in elke stap.

Koppig, maar prettig uit het hoofd speechend over stad en streek
en oprecht solidair met LHTB, hongerstakers of vluchtelingen van ver,
vurig sprekend over kapitaal en samen delen, samen sterk
en over het roemruchtig textielverleden of over aardewerk,
over het ziekenhuis van de toekomst of het unieke stadhuis,
over samenwerkend Twente met Enschede als hart in de Enschedese lente.

Maar als de crisis komt, de krimp toeslaat,
de stad de zorg krijgt toebedeeld, de bijstand groeit.
Hoe houd je koers, wordt recht niet krom?

Doorwerken. Zoals workaholics dat doen. Vastbesloten en eigenwijs.
Koersbepalend (misschien wat weinig laverend) aan het roer.
De raad vaderlijk voorzittend, Enschede warm omarmend,
Den Haag bewerkend, Brussel masserend, nooit thuis etend,
handen schuddend, zeker wetend of wishful thinking?
Want in de wil een spilfunctie te vinden voor Enschede,
zien wensen, burgervaders en gedachten ze soms al vliegen,
maar landen…

Den Oudsten. Uit Friese klei getrokken, opgegroeid met de kop in de wind.
Met trotse rug, recht zo die gaat, volle kracht vooruit en dan nooit meer achteruit.
Het werk was lang niet af, de koers wel gezet,
maar Groningen wacht. Bevend op zijn grondvesten.
De stad past hem vast als zijn jas.

Voorwaarts en niet vergeten, want herkomst wortelt in elke stap.
Stadsgedicht naar aanleiding van de vrouwenbeurs FIFE: Female Inspiration Festival Enschede, georganiseerd door de Volksuniversiteit Enschede, WOMEN Inc., Werkplein Enschede en SIVE, op 25 november in het Wilminktheater te Enschede, waaraan meer dan duizend vrouwen deelnamen. De naam van het festival verwijst naar het belang vrouwen te inspireren tot economische onafhankelijkheid.
48% van de Nederlandse vrouwen is economisch en financieel afhankelijk.
 
 
Kracht

fife vrouwenbeurs

 

 

 

 

 

Vrouwen.
Hooggehakt, op platte stappers, kek gerokt of in skinny broek,
Armani-chic of Handje Twee, retrohip of hiphopcool,
dertig, veertig, vijftig, zestig-plus.

De huid doorrookt, doorbakken bruin, totaal tattoo of saunaschoon,
de nagels nep, gemanicuurd of afgekloven, rouwgerand,
de haren wild of treurwilgvet, stoplichtrood of hijaabgroen.

Getrouwd, gescheiden, lat of single, laaggeletterd, hooggeschoold,
bijstandsmoeder, mantelzorgdochter, leeg-nest-eenzaam of tweede leg,
vastgeroest in rolpatroon of rolmodel bij Vredestein.

Hoopvol startend, ondernemend, omarmend coachend, mindful zen
of nooit gewerkt tot man verdween en huis te duur of huur te hoog
of weer studerend, ambitieus op naar de top, dwars door het plafond.

Langdurig ziek, fitnessgezond, of boot gemist, geestelijk verwond,
vrijwillig werkend, verplicht klimoppend, wegbezuinigd, burn-outmoe,
de bijstand beu, de bijstand beu, de bijstand beu.

Vrouwen.
In rok of pak, in jurk of zak.
Het is 2014. Het is tijd.

Kom uit je hol, trek je kop uit het zand,
eis de helft van het werk, van het geld, van het land.
Maak de wetten warmer, baar de regels ronder.
Moeder Aarde minder macho.
Evenwichtig is gezonder.

Vrouwen.
In rok of pak, in jurk of zak.
Trek je broek aan.

Stadsgedicht november naar aanleiding van de tentoonstelling ‘Enschede op de kaart’ in museum TwentseWelle en het boek van Wim H. Nijhof ‘Geschiedenis van Enschede, stad uit stoom en strijd’. Info over Concordia, kapelaan Alphons Ariëns, textielbaronnen en het Twentse stelsel . http://www.regiocanons.nl/overijssel/twente/enschede/textielstaking 

Toen Bangladesh in Twente lag

van heek fabriek

 

 

 

 

 

Toen Enschede textielstad was en rook de zon bewolkte
en grauw gegroefde arbeiders voor dag en dauw
tot duisternis, fabriekshallen bevolkten,
 
toen Bangladesh in Twente lag en Poetin een baron was
en angst voor slaag en voor ontslag, de bron was
voor slaafs gedrag en er zondags alleen zon was,

In klamme kleren door de stoom, met roodomrande ogen,
glijdend over de vette vloer, de longen vol stof gezogen,
een katoenprop in het oor, want anders werd je knetter
van het staccato weerkaatsend weefgetouwgekletter.

                Schering en inslag, wissel de spoel. 

Toen werd Concordia gebouwd door een rode kapelaan.
Tegen het goddeloos socialisme. Tegen het uitzichtloos bestaan.
Beter op zondag naar vermaak dan kroegentochten of gestaak.
Ontwaak verworpenen, ontwaak.

Draden aanlappen, weefbreuk herstellen, steeds sneller versnellen,
herstel de draad, de draad mag niet breken, machine mag niet stilstaan,
anders geen loon, anders ontslag, voor jou tien anderen, dus werk en lach
en werk en werk en werk.
 
                Schering en inslag, wissel de spoel.

Tot er iets brak. Het keurslijf te strak.
Het Twentse ros weigerde, steigerde, los uit het stof,
verhief zich boven het stille weefgetouw alsof het
met één trap het onrecht verpletteren zou.

                Schering en inslag, wissel de spoel.

Maar macht heeft een harde hand. De Enschedese fabrikant
sloeg elke opstand met het helse Twentse Stelsel neer.
Schering en inslag.
Ontwaak verworpenen, ontwaak.

Toen Bangladesh in Twente lag en Poetin een baron was.

©stadsgedicht november Regine Hilhorst

 

 

Het stadsgedicht van oktober is een samenwerkingsgedicht met Dichter In Enschede
S. van Tuinen, geschreven in het kader van Coming Out Day en het Flash-tival op 11 oktober
in de binnenstad van Enschede, waar de DIEdichters een gedichtenflashmob verzorgen.
Het Flash-tival is georganiseerd door het vooroordelenteam: vooroordelenteam@artikel1overijssel.nl.

Elke regel van dit gedicht staat op zichzelf en zal tijdens het festival door de stad gedragen worden.
Bij de eindmanifestatie zal een regenboogvlag gehesen worden met deze tekst.

 

Zonder pardon

 regenboog 2

 

 

 

 

Kom en trek jezelf aan.

Zomaar zijn zonder pardon.

En waar jij gaat, ga ik mee.

Hoe anders dan hetzelfde ben ik.

Zoekend naar liefde in de zon.

Kom en laat je oordeel thuis.

 

S. van Tuinen  www.dichtersinenschede.nl en R. Hilhorst

 

 

Dit stadsgedicht is geschreven n.a.v. de strijd die Concordia(wegens bezuinigingen) voert om de theaterprogrammering te behouden. Binnenkort staat dit stadsgedicht op de achtermuur van Theater Concordia in de Stadsgravenstraat.

 

Even omlopen

U kijkt naar
de derrière van de bonbonnière,
het achterwerk
van Theater Concordia.

Achter deze muur huist
de fraaiste en best verstopte snoepdoos
van Oost-Nederland,
waar roomse arbeiders uit de textiel
zoet gehouden werden met kuis vertier
als rozenkrans
tegen duivelse drank, staking en opstand.

Voor een betere blik
op kunst en cultuur,
op de rondborstige balkons met fondante krullen
en het toneel omlijst met rode pluche,
biedt de ingang om de hoek
een uitkomst.

©september 2014, Regine Hilhorst, stadsdichter van Enschede 2013-2015

Stadsgedicht naar aanleiding van het vertrek van Broodje Cultuur per 1 oktober, van de Enschedese universiteitscampus naar Theater Concordia in de binnenstad.

Verhuisbericht

broodje cultuur

 

 

 

 

 

Zegt de ene student tegen de andere:

 

Wat? Broodje Cultuur naar de stad?

Dus, zeg maar weg van de campus dus?

Ik bedoel dus, echt, zeg maar weg, zeg maar?

 

Oh          my        gosh.

 

Na 47 jaar, weet je wel. Na 47 jaar, dus een soort van

nooit meer wij blij op maandag broodjecultuurdag, in het Amphi in de Vrijhof.

Dats niet tof. Begrijp je.

Dats zeg maar dag lekker lunchhapje, snap je.

Dats zeg maar weg broodnodig kunstbeleg, zeg maar.

 

Oh          my        gosh.

 

Wat? Broodje Cultuur naar de stad?

Gewoon broodje te duur voor de UT dus, oké.

Broodje belegen, dus zeg maar grijs behaard, broodje bejaard,

broodje te weinig student in de tent!

En hoe komt dat? Want ik wil wel, weet je wel.

Waarom? TOM.

Het Twents Onderwijsmodel. Alles snel, snel.

Alleen skills, man. Niks chill man. Niks broodje random relaxed.

Niks broodje live cultuur. Broodje uit de muur.

Gewoon weet je wel, geen ruk tijd, fuck druk.

 

Oh          my        gosh.

 

Wat? Broodje Cultuur naar de stad?

Dan zeg ik, ik zeg: beter één broodje dan geen broodje.

Beter een broodje bejaard en een broodje voor pauzehouders

dan het Broodje Cultuur naar zijn grootje, weet je wel.

 

Dus Broodje Cultuur gaat, naar waar? Theater Concordia, ja, ja!

 

Oh          my        gosh.

 

Dats dus die bijna wegbezuinigde bonbondoos, weet je wel.

Dats dat bijna-geen-geld-voor-theater-maar-alleen-nog-maar-filmzaal-verhaal.

Dats dus dat opgepimpte koekblik met geleasete stoelen. Ik bedoel,

dats dus een soort van noodadoptie dus, van een soort van theaterzus, in nood dus.

Begrijp je. Als die ouwe lullen de zaal niet vullen…

 

Oh          my        gosh.

 

 

©stadsgedicht september 2014 RegineHilhorst

 

 

Gelegenheidsgedicht voor de Vredesweek, 100 jaar na het uitbreken van de Grote Oorlog (1914-1918)

 

De vooruitgang

 

computermuis wereld snede

 

 

 

 

 

En honderd jaar later,

honderd miljoen doden verder,

zijn laptops de moderne loopgraven.

 

Met één klik op de muis,

vuren

fris gedouchte defensie-mensen

met koffie in de hand,

zonder knoeien,

kogels, raketten en granaten

op vleselijke targets van 37° Celsius,

zonder gezicht.

 

Op het speelveld, het slagveld,

krijgen frontpionnen

hoewel beter bewapend en beter in beeld gebracht

door satelliet en drones,

bij het landjepik, dorp voor dorp

straat voor straat, huis voor huis, man voor man,

nog ouderwets vieze handen.

 

Het puinruimen na afloop of voortdurend,

het bergen van lijken, het graven van graven,

het zoeken naar veiligheid op een berg of onder een zeil,

is met de modernste technieken

en met koffie in de hand,

met één klik op de muis,

nog niet virtueel te maken.

 

Honderd jaar later,

honderd miljoen doden verder,

is oorlog een hightech game,

is oorlog booming business.

 

Voor vrede,

oog in oog, hand op hand, steen voor steen,

moet nog een markt gevonden worden.

 

©september2014 Regine Hilhorst

 

 

Stadsgedicht september bij de expositie Mooi Enschede, een expositie door Enschedese kunstenaars, dichters, fotografen,  muzikanten en filmmakers ( van 19 september tot 19 oktober Walstraat 22)

Mooi: schoon, welgevormd, de zinnen strelend; prettig aandoend; aangenaam; uitstekend; (ironisch) lelijk.

 

Stadsgezichten

 mooi enschede  september 2014

 

 

 

 

Mooi Enschede. Nou nee.
Mooi niet.
 
Ik kwam hier, als Betuwse allochtoon,
niet wonen om het schone
maar om te werken.
 
Mooi Enschede. Nou nee.
Nou ja…
 
De parken en het groen strelen de zinnen.
De Oude Markt met grote kerk is welgevormd.
Geen luchthaven maakt het leven aangenamer.
 
En het hart van de stad zonder boélevart
is zeker minder Oostblok dan winkelcentrum Stokhorst −
nog steeds de lelijkste plek van het land.

 
Al breidt de leegstand, winkelpand na winkelpand,
zich als een olievlek uit. Alsof dat zwarte goud
al voorspellend lekt uit het zout onder de Marssteden
en de oale groond voor eeuwen onvruchtbaar maakt.
 
Mooi Enschede. Nou nee.
Hier wonen om het schone.
Mooi niet.
 
Nou ja…
Tot de Hengelosestraat je kinderen groot fietst,
het Ledeboerpark je seizoenen kent,
de stad zich vastzuigt aan je ziel,
je binnen de singels trekt
en van uithoek broedplaats wordt,
waar je stadsgezichten groet,
er zelf een bent.
 
Mooi wel.
 

©2014 stadsgedicht september Regine Hilhorst

 

Stadsgedicht naar aanleiding van de hongerstaking, half augustus op het Stationsplein n Enschede, waar aandacht gevraagd werd voor de vervolging van christenen in Irak en naar aanleiding van de onthoofding van de Amerikaanse journalist James Foley door de terreurbeweging IS (Islamistische Staat ).
 
WAS
 
Ik geloofde nooit in het kwaad
maar het bestaat.
Het IS.
 
Het IS
Zorro-zwart,
zonder gezicht, zonder hart.
 
Het IS
een gezwel, met haat gevuld,
dat hakt met zwaard.
Het hakt,
onthoofdt elk vrij geluid, elk geloof.
Het hakt
een heilstaat van rompen
en
gelooft
dat God dat goed vindt.
 
Oh God!
Mocht u bestaan,
Verlos ons dan van deze waanzin.
 
Maak van
IS
WAS.
 

©Stadsgedicht augustus 2014 www.stadsdichterenschede.nl

 

 

Stadsgedicht ter nagedachtenis aan Martha Haveman die op 25 juli 2014 overleed.

Gezichtsverlies

15804_marthahaveman2

 

 

 

 

 

 

Soms verliest
een stad
met de dood van een burger
meer dan een mens

Met
grote wilskracht
en charme
tilde zij ons op
bracht ons leven in beeld
en
sloeg bruggen
tussen
kunst en wetenschap

Enschede verliest
met Martha
een stuk van haar
stadsgezicht

 

©augustus 2014 stadsgedicht Regine Hilhorst

 

 

Stadsgedicht augustus naar aanleiding van de vliegtuigramp in Oekraïne waarbij 298 mensen, waaronder 193 Nederlanders, om het leven kwamen.

 

Gevallen

 vliegtruigramp oekraine

 

 

 

 

Leven,                                                                                                                                                                                   298 levens,
heerlijk op weg naar een vakantieparadijs,
per ongeluk
uit de lucht geschoten
door rokende rovers
met macho machinegeweren en afweersystemen,
die hun eigen onmacht bevredigen met het in het wilde weg
neerschieten van vast vijandelijke vliegende objecten.

 
Per ongeluk neergehaald.
Nee.
Expres en uitzinnig juichend
alsof een doelpunt is gescoord.

Misschien was er schuldgevoel
of was er een schouderophalen
toen de vijand uit het neerstortende toestel bestond uit
vrouwen met opwaaiende zomerjurken en teenslippers,
kinderen met knuffels,
vaders met gebloemde bloezen,
een zoon,uitgezwaaid door zijn ouders uit Enschede,
een student met een T-shirt I love hogeschool Saxion.

Vol ongeloof vielen zij
naast een rugzak met een pak hagelslag,
uit de hemel,
in een met zonnebloemen gecamoufleerde brandhaard,
om daarna,
eerst nog beroofd van trouwring, mobiel en een pot pindakaas,
als munitie misbruikt te worden voor een onzinnig conflict
dat door hypocriete heersers in gas en olie
in stand wordt gehouden.

Dragers dragen het ondraaglijke leed
kist voor kist voor kist
uit de buik van het vliegtuig.

Een geboorte van verdriet.

 
©augustus 2014 stadsgedicht Regine Hilhorst

 

 

Monoloog naar aanleiding van het krantenbericht  over extreem  geweld in het algemeen en onder scholieren in Enschede  (20 juni Tubantia) en de invloed van social media.
 
 
Ik film ,jij schopt, jullie juichen.
 
extreem geweld scholier 

 

 

 

 

Kijk!
Daar loopt ze met haar fiets. Die bitch.
Ze heeft er zelf om gevraagd.
Of nie dan.
 

Ik film.
Jij schopt.
Jullie juichen.
 
Lachen man.
Of nie dan.
 
Harder. Harder trappen. Ha, ha.
Hak haar hand er ook maar af. Ha, ha (grapje).
Heb je dat gezien op You Tube?
Die gasten in Irak? Echt ziek man.
 
Wow!
Pass tegen het hoofd.
Snoekduik: Persieing!
Wat een traptechniek.
Twittermomentje!
 
Eigen schuld dikke bult. Ha, ha.
 
Wat ?
Ze beweegt niet meer?
Het staat al op facebook, man!
Met 6 likes.
 
Asshole ! Ik zei toch  stoppen?
Je hebt er gewoon dood geschopt!
Dan wordt ze een soort heilige.
Nou dat was ze niet.
Hebben wij het weer gedaan.
Je wordt bedankt.
 
Wegwezen man.
Ze moeten ons ook altijd hebben.
Of nie dan.
  
©juni 2014 Regine Hilhorst
 

Stadsgedicht juni over dochters die op kamers gaan.

Groeten uit Enschede

groeten uit enschede
 

 

 

 

 

Ze gaat,
verlaat het huis
waar ze geboren werd.

Ze gaat,
verlaat de straat,
met zandbakzand nog in haar schoen,
haar lome zomerschaterlach schommelt na in elk kind.

Ze gaat,
verlaat de stad,
verruilt de Oude Markt voor het Domplein,
waar de toren hoger is en het uitzicht wijder is,
waar de e van Enschede niet langgerekt is en de t van Utrech niet gezegd.

Met nog net een basisbeurs.
Met blossen van verwachting.
Over de IJssel, over de A1.
Alleen.

Ze gaat.
Ze laat ons thuis,
waar wij de tafel dekken met één bord te veel,
haar piano horen spelen in de stilte.

Ze gaat,
verlaat Twente accentloos, denkt ze
terwijl ze zeventien Twentse lentes zingend in een koffer propt.

Ze gaat.
Ze neemt ons mee,
want waar je weg komt kleeft onder je kleren.

En als ze thuiskomt, waar dan ook,
met een tas vol volwassenheid,
laat het dan zingend zijn.

©stadsgedicht juni /Regine Hilhorst www.stadsdichterenschede.nl

 

Stadsgedicht mei over de kracht van de lente en de kracht van mijn buurvrouw.

 Als de lente

lentegroen

 

 

 

 

 

Schrijf over de lente, zegt ze.

Dat alles altijd doorgaat.

 

Hoe het groen gewoon de grond uit spuit.

Hoe de bloesem aan de takken juicht.

 

Schrijf over vers gemaaid gras, waarin je wel wilt rollen

en bordeauxrode seringen waarvan je gaat zingen.

 

Ik rijd de rolstoel naar de tuin.

Haar rug is recht. Haar blik is fel.

Haar lijf voortdurend in gevecht.

 

Kleur, zegt ze.

Kleur over dat zware zwart.

Stop dat lijf van mij maar in zo’n knalroze huispak.

Knip mijn haar maar lekker kek.

 

Maak me mooi.

Maak me mooi.

Als de lente.

 

Ik ben de winter, zegt ze.

Ik ben de lente.

 

©stadsgedicht mei 2014 Regine Hilhorst

 

Stadsgedicht april n.a.v. de gemeenteraadsverkiezingen en de keuze die de nieuwe gemeenteraad van Enschede heeft t.a.v. kunst en groen.

Er mist iets

SAMSUNG
Er is iets mis.
Er mist iets in deze stad.
Zelfs als de kunst al op straat staat,
gaat het weg.

Daar,
naast het stadhuis,
waar twee rode harten,
als een volle boezem bijna
van een geel-oranje gebloemd bankje bonkten,
is nu een lege plek.
Gek.

Een lege plek.
Daar,
waar ik zittend met mijn rug tegen zo’n hart
mezelf soms vergat en als een spons
de stemmen van de stad opzoog:
de lange ééé‘s, de ááá’s , de óóó’s

van een ruziënd bovenmodaal voormalig Bijenkorf-duo,
overgiecheld door toekomstige Primark-beugel-en-pukkelgrietjes,
die hitsig hijgend hun schouder ontbloten voor een langs sjezende, mooie macho scooterboy (vast en zeker een Marokkaan) die uitgefoeterd wordt door een bolbuikig onderkingezin met dito hond, dat zelf niet kan minderen (vast en zeker voor de PVV in Enschede).

Bankje Guusje Veverdam

Bankje Guusje Veverdam

Verloren stemmen.
Een lege plek.
Gek.
Waar is het bonkend hart,
de kunst op straat?
Waar is de
geel-oranje bloemenbank?

 

Aangereden. Kapot. Dus voorlopig weggezet
in de Enschedese afval-kunst-en-groen-opslag,
naast roestende resten van de reisopera,
naast nu nog lege plekken voor toekomstige flaters,
zoals het schrappen van theater uit Theater Concordia,
zoals het kappen van de longen om deze stad.

Er is iets mis.
Er mist iets in deze stad.
Iets met het stadse hart.
Wat weg is, komt niet zomaar terug.
Het is nog niet te laat, nieuwe gemeenteraad.
Het is nog niet te laat.

 

©stadsgedicht april Regine Hilhorst www.stadsdichterenschede.nl

 

Stadsgedicht voor Freinetschool De Bothoven, ter gelegenheid van het in gebruik nemen van de boekenkast voor zwerfboeken, tijdens het leesfeest.      

 Een kast van een huis                       

zwerfboekenkast

Geef door, lees door.
Geef de woorden door.

Ik zoek een huis,
een kast van een huis,
een kast van een huis voor mijn boek.

Geef door, lees door.
Geef de woorden door.

Pak jij mijn boek,
mijn boek uit de kast,
mijn boek uit een kast van een huis.

De zinnen zitten in mijn hoofd.
Toch staat het boek nog
vol verhaal voor jou.

Geef door, lees door.
Geef de woorden door.

Ik pak jouw boek,
jouw boek uit de kast,
jouw boek uit een kast van een huis.

Zo zwerven zinnen door ons hoofd.
Maar vindt elk boek een huis,
een kast van een huis voor elk boek.

Geef door, lees door
geef de woorden door.

©Maart 2014 Regine Hilhorst

Stadsgedicht maart ter gelegenheid van de viering van Internationale Vrouwendag.SIVE (Stichting Intercultureel Vrouwencentrum Enschede) presenteert het programma‘Grenzen verleggen. Niet durven? Wel doen!’ in de Openbare Bibliotheek Enschede. www.sive.nl

 

Alles is allang gezegd

adam en eva

 

 

 

 

 

 

 

Al eeuwenlang en nog steeds
wordt wereldwijd, zwart op wit, gretig gepredikt
dat Adam naar Gods of Allah’s evenbeeld is geschapen,
en Eva slechts gekloond is uit Adams rib.

Al eeuwenlang en nog steeds,
gelovig of gemakshalve en alle metro-Adams ten spijt,
is het vanzelfsprekend dat Adam wereldwijd
voor 95% aan de touwtjes trekt,
het heft in eigen handen neemt,
het geld in eigen zakken steekt
en het lid, willig of niet, in Eva.

Al eeuwenlang en nog steeds,
en alle zelfstandige Eva’s ten spijt,
legt Eva zich daar wereldwijd
genietend, de andere kant op kijkend,
schouderophalend, of vechtend voor haar leven,
te vaak bij neer.

Al eeuwenlang en nog steeds,
in India, Syrië, Uganda, Rusland,
Nederland, Enschede of om de hoek,
is wat voor Adam gewoon is
voor Eva een gevecht.

Alles is allang gezegd,
over zorg en werk, over kracht en macht,
over man en vrouw.
Allang.
Maar nog steeds niet gedaan,
niet gedurfd.

Zo komen we natuurlijk nooit in het paradijs.

©stadsgedicht maart 2014 Regine Hilhorst

Gelegenheidsgedicht

Stadsgedicht ter gelegenheid van de gedichtenwedstrijd van Juniorcollege Zwering op 20 februari 2014,met dit jaar als thema ‘lief’. NB Circus Zwerini is ook een jaarlijks terugkerend project van Juniorcollege Zwering. 

Lief

 

verdrietige clown

 

 

 

 

 

Wat ik lief vind zeg ik niet.
Niet in dit gedicht.
Ik zeg niet: ik zie overal
altijd jouw gezicht.

Dan lachen ze.
Ze lachen, als ik zou zeggen
hoe het begon.
Hoe jij, als Zwerini-clown
met rode neus en rode pruik
mijn hart in klom.

Ik was dat meisje op één wiel
dat voor je viel, toen ze je zag,
zonder stoer doordeweeks-gedrag.

Daar zat je,
vlak voor aanvang
in de gang, uit het licht,
een bange clown met grote ogen,
zwart omrand in een wit gezicht.

Ik zei: “Het gaat heus goed.”
Je zei: “Denk je? Bedankt.”
Je keek, mijn knieën knikten week.

Ik was dat meisje op één wiel
dat voor je viel.

Zonder schmink, in het licht,
met je stoere doordeweeks-gezicht,
besta ik niet,
loop je lachend langs me in de gang.

Maar als er straks weer circus is,
misschien zie ik dan
voor aanvang in de gang
uit het licht,
jouw gezicht,
dat ik lief vind.

©2014 stadsgedicht Regine Hilhorst

 

Stadsgedicht februari naar aanleiding van het bericht dat één op de elf gezinnen in Enschede op bijstandsniveau leeft.

De eindjes

de eindjes

 

 

 

 

 

De eindjes aan elkaar. Krijgt ze de eindjes aan elkaar?
Hoe krijgt ze deze maand de eindjes aan elkaar?

Wikkend en wegend winkelen
met
superdeal-nogmeerplus-euroknaller-hamsterstunt-voordeellijstjes.
Voor bosje tulp naar Zuid, wc-papier in Noord.
Wel kaas, geen vlees,geen merk, wel fruit.
Ananas, blik bonen, spek kan toch net.
Buurvrouw bij het brood met volle kar!
Geen zin in blik in lege mand, in glimlach-allesgoed-geklets.
Snel op de fiets met een slag in het wiel.
Nog steeds een slag in het wiel.

80 euro in de week. 80 euro in de week voor drie monden.
80 euro in de week voor drie monden, twee schuldeisers en een schoolreisje.

Werkend naar kunnen
in
een poortwachter-re-integratie-jobcoach-stadsbank-controlekorset.
Goedkoop voor de baas. Geen hoop op meer loon.
Geen iPad voor zoon. Geen plek voor een vakvrouw,
ja, achter het behang, tweedehands, tweederangs.
Ze lacht, houdt zich groot, maar staat bang in het rood.
Tot haar nek in het rood, trekt zichzelf weer omhoog.
Aan haar haar weer omhoog.

De eindjes aan elkaar. Krijgt ze de eindjes aan elkaar?
Hoe krijgt ze deze maand de eindjes aan elkaar?

©stadsgedicht februari Regine Hilhorst

de Keuze van de Stadsdichter

Het is traditie dat in de week van de poëzie (zie www.poezie-enschede.nl) de stadsdichter van Enschede naar eigen keuze 6 gasten uitnodigt die min of meer bekend zijn in Enschede. Ik ben zeer vereerd dat ik een filosoof, een museum directeur een cultuursupporter,een gynaecoloog, een bestuurslid van de Overijsselse islamitische Vrouwen Organisatie (OTIVO) en een onafhankelijk journalist als gasten aan tafel heb, om te praten over de stad, passie en poëzie. Elke gast neemt zijn/haar eigen favoriete poëzie mee.

 

Gedicht bij de gedichtendagbundel 2014 van diedichters in Enschede over thema van de poëzie week : “Verwondering” 

 

Netvlies

 

Alsof je naast me zit, zo zit je op mijn netvlies.

Verstopt achter de krant, brom je
over dat Haagse zooitje
en het land naar de gallemiezen.
Je zegt: “Ja, ja vader,” en schraapt je keel,
terwijl je naar de keuken scharrelt,
voor nog één glaasje wijn.

Klein en roerloos sta je voor het raam,
als op je boot.
Het haar in de wind. Kind van het water.
Onder de wolken, over de plas.
Zeeman had je moeten worden, maar ja,
zo ging het niet.
Bakkebaarden kreeg je wel.

Ik krijg een kus, te veel Old Spice.
“Dag kind,” zeg je, geen oogcontact.
“De ouwe man gaat slapen.”

Nu vijf jaar dood. Zo levend soms,
dat ik denk, wat is dan DOOD?

Je as in de Loosdrechtse Plassen?
Als niemand je meer kent misschien,
je naam zonder gezicht misschien.

Of is de dood gewoon nodig om
daar waar zielen raken,
daar waar het hartverscheurend mist,
je levend te houden, levend te maken,
zoals er ook altijd weer lente is.

Je roept. Nee, ik roep zelf. Ik kan niet slapen.
Of je nog één keer
de ‘spinnen’ met je handen wilt doen.

Zo zit je op mijn netvlies.

©januari 2014 Regine Hilhorst

 

Stadsgedicht januari n.a.v. het nieuws dat inwoners van Enschede het meest geklaagd hebben bij de website www.vuurwerkoverlast.nl.

 

Alsof er niets gebeurd is

SAMSUNG

 

 

 

 

 

 

 

De poezen liggen weer gewoon te soezen op de vensterbank,
alsof er niets gebeurd is tijdens het oud-en-nieuw-bombardement,
dat wij gehelmd in de kelder onder de trap hebben doorgebracht.

Dikke Els slaapt in uitgestrekte overgave en Aagje,
de poes die piept in plaats van mauwt,
ligt onverstoorbaar opgerold in een te klein doosje.

Dat was oudejaarsavond wel anders.

 

Samengepakt onder de trap, spelen we mens-erger-je-niet,
tussen blikken bonen en zakken chips.
De top 2000 aan. Poes Els op schoot.
Veilig voor vuurpijlen, die de vorige jaarwisseling poliklinisch
uit het hoofd van A. verwijderd moesten worden.

Veilig.
Tot we als één man rechtovereind vliegen:
helse herrie uit de woonkamer.
Poes Els plant in shock haar nagels in mijn buik.
Blikjes tomatenblokjes vallen van de plank op mijn helm op het beton.
Gesis. Een scherpe kruitlucht.
Gepiep. Zelfs in doodsangst geen gemauw.
S. doet de kelderdeur open.
Aagje in de gordijnen. Een rotje op het kleed.
Het lont is nog maar kort.

Op de radio klinken de eerste tonen van Bohemian Rhapsody:
Is this the real life? Is this just fantasy?
We knallen het nieuwe jaar in.

De poezen soezen op de vensterbank,
gapen me aan, zorgeloos, alsof er niets gebeurd is,
terwijl ik, alsof er niets gebeurd is,
weer zwetend en zwoegend door de dagen jaag.

©Stadsgedicht januari 2014 Regine Hilhorst

 

 

Stadsgedicht december 2 (kerst)

Selfie-overpeinzing     
terwijl ik mijn nieuwste selfie (foto van jezelf en woord van het jaar) op faceboek like.

kerstselfie (2)

 

 

 

 

 

 

 

 

like duim klein

 

Zou God zijn eigen selfie liken en Jezus, zijn mensenzoon?
Maakte Mandela selfies? En Paus Franciscus, man van het jaar?
Zij niet. Ik wel.
Jansen Steur vast en zeker ook, denkend dat hij God is of zijn zoon.
Hij likete zijn selfie zo high, dat hij schaamteloos de eed van Hippocrates schond.
Misbruik makend van zijn macht. In Godsnaam komt dat wel vaker voor.
Dokter Ego Jansen Steur ging zelfs over lijken om zijn eigen spiegelbeeld te bekijken.

like duim klein

 

Gloria! Tweetgeschal.
Ik word geliket, dus ik besta.
Ik share mijn selfie met de jouwe.
Share mijn ster, mijn stal, mijn hall of fame.
Volg mij, dan volg ik jou.

Hoort de ringtoonkoren,
een nieuw event is geboren
met nieuwe selfies
van nieuwe godendochters, godenzonen,
waar ik bij kan, wil, moet horen.

like duim klein

 

En het kindje?
Zou het kindje Jezus, weerloos in de kribbe, zijn selfie liken?
Hij niet, lijkt me, met zo’n kruisweg te gaan.
Wij wel. Wij liken Jesus Christ superstar. Maar naar zijn selfie leven?
Jezus, wat een kruis.

In Godsnaam, los van God of van God los
wens ik u een fijn kerstevent.

like duim klein

 

©stadsgedicht december Regine Hilhorst


 

Stadsgedicht december 1

klein klaasje

 

 

 

 

 

 

 

Sint van Het Sander
Mag ik mijn schoen zetten?” vraag ik in maart,
als Sint op zijn stokpaard door onze straat gaat.

“Nee,” zegt Sint met grote blauwe ogen,
die heilig in de goedheiligman geloven,
“de pakjes zijn nog in Spanje.“
Hij lacht wat onthand zijn melktanden bloot,
zegt gedag en gaat in galop.
De mijter scheef geschoven op zijn krullenkop.

Op de deurmat vind ik later een beduimeld briefje:
‘ v a n S i N T ‘ staat er, met grote hanenpoten.

“Gaat het goed op het dak?“ vraag ik in mei,
als hij op het klimrek, met een mantel vol vlekken,
aan het haar van een krijsend buurmeisje staat te trekken.
Het krijsen stopt.
“Hij kan niet op het dak,” zegt zij, “dat is te steil.”
Sint valt haar bij: “Ik kan niet op het dak. Dan val ik.”

Als ik de voordeur dichttrek,
hoor ik weer gekrijs op het klimrek.

In september schopt Sint, wat onbeheerst en niet voor het eerst,
een bal tegen een ruit. De overbuurvrouw snelt haar keuken uit.
Een rood puntje steekt nog net boven de heg.
Dat is pech.

De Sint met de krullen zet het op een brullen.

Er wordt op het raam geklopt. Nee, geramd.
Verlamd van schrik zit ik rechtop.
De bel gaat. Ik hoor: “Snel, verstop je. Snel!”
Ik vlieg naar de deur, zie in een flits nog iets in het rood.
Ik kijk en zie een plastic zakje met één pepernoot.

Sint kataklopt glunderend op zijn stokpaard door de straat.
Gewoon zonder baard, gevolgd door vriend Piet.
Gewoon zonder schmink, want Piet hoeft dat niet.

Wat wil je later worden?” vroeg ik van de zomer,
toen deze kleine boef en grote dromer,
in vol ornaat, nu wel mét baard,
op de trampoline springend, liedjes stond te zingen.
“Sint,” zei Sint.

©stadsgedicht december Regine Hilhorst

 

Stadsgedicht November  ter gelegenheid van het Festival van het woord (30 oktober Prismare); een project van de bibliotheken van Enschede, Haaksbergen, Losser en Oldenzaal met DCW, ROC van Twente en de Volksuniversiteit Enschede, om laaggeletterdheid onder volwassenen terug te dringen.

 

♥ Hout van mei 

SAMSUNG

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de kermis in het Volkspark werkt Tattoo Thijs er zwart wat bij. 
Met ‘n grote bek en pet en sjekkie zet hij botsauto’s in een rij.

Thijs sloopt liever echte auto ‘s, het liefst een Buick of Chevrolet.
Op school was ie wel handig, maar theoretisch was het pet.

Hout van mei zoal ik ben staat inktzwart fout in zijn nek.
‘Hij is dom’, proest een grietje. Thijs ademt zwaar, hij is niet gek.

Letters gillen, flitsen, rollen, botsen Hully Gully rond.
Koortsig ziek, weer niet naar school, geen mens ziet zijn open wond
van niet begrepen woorden.
Zinloos, duikt hij, vrije val, wie vangt hem op.
Niemand die hem hoorde.

Onleesbaar.
Laat dan maar.
Gevaarlijk eenzaam.
Geflipte draaimolen vol onbegrip.

Maar er is hoop.

Blonde Britt ziet Thijs wel zitten, swingt verhit op Beyoncé.
Het gele muntje voor 10 ritten, danst ritmisch tussen haar borsten mee.

Hout van mei find zei wel lief, ze was zelf ook niet zo’n kij,
maar door een cursus op het ROC is ze nauw toch best wel bij.

Zijn het haar borsten of is het haar blik?
Maar 10 ritten later is het dikke mik.

Britt kent zijn pijn en kust zijn nek.
’t Komt heus goed, hij is niet gek.

Soms kan je zonder woorden, zomaar
lezen en schrijven met elkaar.
©stadsgedicht november /Regine Hilhorst

 

Stadsgedicht geschreven en voorgedragen ter gelegenheid van Nationale Coming Out Dag (11 oktober). Op deze dag wordt ook in Enschede, bij het Stadskantoor, de regenboogvlag gehesen om de boodschap kracht bij te zetten dat iedereen, ongeacht seksuele geaardheid, zichzelf moet kunnen zijn, waar dan ook.

Nationale Coming Out Day

 

Uit de kast

Een open deur misschien: maar
geen mens hoort in de kast.
Jij niet, ik niet, niemand.

Kleding hoort in de kast: onderbroeken, sokken en duffe boeken,
muffe spullen, bewaarde waarom-ook-weer-prullaria,
stoffige foto’s uit een onvergetelijk vergeten verleden.
En soms, zit er een lijk in de kast.

Dode dingen, die door de eigenaar netjes opgevouwen en geordend,
of in mijn geval verfomfaaid, in de kast geflikkerd worden.
Levende zielen flikker je niet in de kast.
Dat is onnatuurlijk.
Welk vrij wezen wil nou vrijwillig vergeten worden en vergaan
tot een muf, duf, dood ding?
Jij niet, ik niet, niemand.

Toch zit jij in de kast. Ik soms ook.
Ineens.
Iedereen wel eens.
Ja knikkend, nee voelend, met het zweet op je rug.

Ineens zit je erin.
In de kast, in het hok, achter het hek
omdat een god of gek of groep of wet
de kast neerzet, de deur dichtdoet, je buiten zet,
terwijl je binnen was.
Of is het nou andersom?

Nog een open deur misschien:
jij moet niet uit de kast. De kast moet eruit.
De kast moet eruit.
Uit jou, uit mij, uit iedereen.

©Regine Hilhorst  (sinds 1984 uit de kast)

 

Landen

Gedicht naar aanleiding van de perikelen rond de mogelijke doorstart van Vliegveld Twente

 

Er ligt een rode loper
over de oude landingsbaan
over de berg rapporten
vol tegengesteld gelijk.

Hij komt,
de bouwkoning van Twente,
meestal later dan gepland
maar hij komt.

Een klasje doorstart-Facebook-likers
oefent vast in juichen
terwijl het hand in hand
de bobbels in de loper plet.

Los gestampte cijfers en letters
komen in wolken
onder het tapijt vandaan,
stijgen op tot onleesbare mist.

Het klasje zucht.
Daar boven de mist,
boven de wolken,
vliegt hij wel.
Vogelvrij.

Maar landen….

 

©stadsgedichten: maart 2013 Regine Hilhorst

 

Mijn Lief

Gedicht naar aanleiding van Valentijnsdag en de branden op de Woonboulevard Enschede:

 

Ik wacht op zo’n nacht met veel wind,

mijn lief.

Ik wacht tot de vlaggen strak staan.

Ik wacht, ik smacht naar je hemels vuur.

Ik brand. Roep mijn naam.

 

Onzichtbaar zal ik zijn,

mijn lief,

als ik je wakker kus.

Je smeult, je rookt, je sist, je kookt, je vlamt.

Je brandt. Ik roep je naam.

 

 

En dan wordt de hemel hel,

mijn lief.

Mijn schuld, mijn zieke schuld.

 

Sirenes aan, het zwart, de traan.

De as. Het was, karkas van staal.

Opnieuw de stank, het hek verzet.

Alweer

een gat in de stad.

Alweer.

 

Ik zweer: ik  hou niet meer van jou,

maar weet al dat ik lieg.

 

Ik wacht op zo’n nacht met veel wind,

mijn lief.

Ik wacht tot de vlaggen strak staan.

Ik wacht, ik smacht naar je hemels vuur.

Ik brand. Roep mijn naam.

 

©Februari 2013 /Regine Hilhorst

 

Midwinter

Waar blijft ze?

 

Sneeuw wacht in de wolken.

Kale bomen slapen.

Een troepje staartmezen ( staartmezen zijn nooit alleen)

ruziet rond de vetbol.

 

Wachtkamers in ziekenhuizen zijn sowieso dodelijk, wat de uitslag ook is.

 

De straatlantaarn springt aan.

Onze poezen liggen lui op de vensterbank,

het liefst in een te klein doosje.

 

Haar krullen zitten ook in een doosje.

Mijn buurvrouw draagt een pruik, soms een sjaal.

Zichtbaar ziek zijn, maakt zieker, zegt ze.

 

De hemel is zwaar.

Kreunend roept een midwinterhoorn

om de terugkeer van het licht.

Aan het dichtslaan van de voordeur, aan de hakken op de keukenvloer, hoor ik zo hoe laat het is.

 

Weer roept de midwinterhoorn.

Het troepje staartmezen vliegt op.

Ongelovig als ik ben,

ga ik toch maar door de knieën.

 

Een auto stopt. Daar is ze.

 

O God!

Ik durf het niet te horen.

 

Haar dochters zijn even oud, als de mijne. Ze moet nog lang zo schaterlachen.

 

De lucht barst. Sneeuw valt.

Harder. Harder. Harder.

 

Bedek de kale bomen

en blijf.

Blijf houdbaar.

Wees eeuwig.

 

©december 2012/ Regine Hilhorst

 

De Mayakalender

21-12-2012     Zie je wel, we leven nog!

Weliswaar -zwaan kleef aan- aangeduwd en -wang aan wang- vastgeplakt

tegen het raam van de glazen ark van 3 FM, waar wij ons door de nieuwe Noach’s, martelaren op sap -hutje mutje- mee deinend, op the flow van Feeling Good, laten meeslepen naar de nieuwe tijd, waar baby’s niet meer sterven.

 

22-12-2012     We leven nog!

En zie, hoe mijn Enschede, de wereld redt -in 7 dagen tijd- met zelfgebakken cup cakes, kaalgeschoren hoofden, kussengevechten, miskoop veilingen en SMS muziek verzoek. Zomaar barmhartig. Naast natuurlijk, de onvermijdelijke camera geile giechelmeisjes met lang haar en de -crisis, welke crisis- gladde marketing meesters in slimme medemenselijkheid.

 

23-12-2012     We leven nog!

Massaal tolerant, springend en zwaaiend, wachtend op een -Let’s hear it for the babies,

zeker weten- 3FM recordbedrag. Terwijl we ons ondertussen, heerlijk de hemel in laten prijzen om het neo noaberschap (door onze martelaren verward met kassagerinkel,

maar dat krijg je, als je 6 dagen niet eet).

 

24-12-2012     We leven nog!

Kijk. Daar vliegt- verlicht door Smartphone sterren- de duif met een groene tak

van 12 miljoen. Scream & shout!  Met Britney Bitch en will.i.am.

A Miracle, schreeuwt Ilse. Gloria, gloria. Alles voor het 3FM kindeke!

Trots Enschede staat in hemels vuur en vlam -in de wijde omtrek zichtbaar-.

 

Ergens boven een stal nog oostelijker, gaat bij gebrek aan belangstelling een ster uit.

 

 

Afterparty

 

De stad loopt leeg.

De glazen ark rijdt -in stukken gehakt- op een aanhanger naar Leeuwarden.

Uitgeteld worden de Noach’s -liggend aan een infuus- afgevoerd.

De regen valt, zonder ophouden alsof januari al in de lucht hangt.

Giechelmeisjes slaan hun vervelende broertje bij het kerstdiner.

 

Zie je wel, we leven nog.

 

© December 2012/ Regine Hilhorst