De gedichten die Frank schreef als Stadsdichter van januari 2009 tot februari 2011. Klik op de titel om het gedicht te lezen.
Januari 2009
Reuzenrad met uitzicht
Ik durf niet goed
maar tegen dochters
is uiteindelijk niks bestand
laat staan mijn angst voor hoogte, dus
we gaan
In het reuzenrad lijkt Enschede
wel een Echte Stad, zo ver keek
ik nog nooit, zo over de rand
is het bijna buitenland
alleen
de klok van de ouwe kerk
is zo dichtbij dat ik schrik
de wijzers tellen af:
daar gaat je laatste ogenblik
omlaag
langs de grote brand
en de vuurwerkramp en meer
geschiedenis die gaten slaat
in het verdwijnend nu
omhoog
waar naast de torenspits plots Wilmink
op vleugels aan komt zweven
“Noem je dit hoog?” roept hij en fladdert
jubelend met het laatste woord
uit zicht.
31 Januari 2009.
Februari 2009
Stad dicht na de verkiezing
De stad blijkt onveranderd, op het oog
rijden de bussen langs dezelfde lijnen
valt de winterkou even snijdend uit de dooie hoeken
wandelen zelfs dezelfde mensen op weg
naar weemoed en bestemming
Niemand buigt, de lantaarnpalen staan
overeind als soldaten, wachtend op het sein
van de Echte Bevelhebber. Om mij doen ze
wat ze doen moeten en daar blijven ze bij:
ze verlichten mijn weg
Maar langs het Volkspark gebeurt het dan toch
ik hoor het juichen van de beeldengroep
en het is onomstotelijk zeker dat ze dansen
en zwaaien en mij wenken: kom maar dichter
bij ons is het feest vanavond! Natuurlijk
ga ik langs: een beeldengroep weiger je niet.
Ik word met grote warmte opgenomen
boven mijn ego uitgetild en voorzichtig op aarde
teruggezet. Ik klop de sensatie van mijn kleren
en vraag hoe dit kan, maar dat was logisch
zij waren immers al bevrijd.
1 Februari 2009, nog geen 24 uur Stadsdichter van Enschede.
Getijdenschrift
Er cirkelt papier
door jouw stegen, woorden
vertrapt en in portieken door regen
aangetast zoekend naar luwte of vergetelheid
Ik was ooit op zoek naar groter wegen maar het lot
bracht mij met heimwee en windvlagen
terug naar jou terug en
op mijn schreden
Lauden, ENSCHEDE
Ik heb indringend met de wind gesproken
hij is een groot voorstander van gaten
lege gaten geslagen waar
is om het even
hij lacht altijd
joelt dat vuur en kruit
zich weinig aantrekken van eeuwen
historisch blij met iedere hulp die hij verleent
Vespers, ENSCHEDE
Ik dwaal door jouw
wijken zonder de kunst mij
staan te weten, proevend, tastend
als een blinde naar de vorm van hoofd en leden
vind dan groeven bij de enkele iconen: Cato
Elderink, JJ van Deinse profiel van
de oude kerk en de grote mond
van Cremer
Completorium, ENSCHEDE
Wat valt er nog
te zeggen? Ik duik
in het portiek en ontvouw
het ritselend en vluchtend vel papier
lees het eerst
onleesbare, tuur
en laat niet los het losgescheurd
verstoten onmiskenbaar Duits brevier:
Einkaufsliste, ENSCHEDE
10 Februari 2009.
Open blik
Ze lopen langs
het Muziekkwartier:
twee zwervers
met in hun handen een karton
vol halve-liter-blikken bier
Mijn starende blik
verstoort hun universum
geen moment, zo opgewonden
zijn ze om wat er komen gaat.
Ieder ogenblik en iedere pas
brengt hen dichter
bij bestemming
Hier sta ik, een dichter die wacht
op een dansende dochter.
Reizend langs
een heel andere stadsroute
maar toch: het zijn mannen
net als ik.
En waar is ook
dat ik net als hen
door deze stad loop
in de wankele hoop
dat met een open blik
de verlossing zich voor mij
inneemt.
3 Februari 2009.
Paardenmeisje
(maandagochtend manege ’t Roessingh)
Zachte warme huid zachte
warme huid tegen mijn wang
zachtstrelende haren tegen mijn wang
als ik mijn hand daar
in jouw hals leg
dan kijk je en als je kijkt dan zie je
mij, zie je mij zoals ik ben als ik
bij jou ben.
Als jij loopt dan draag je
mij en zweef ik
zweef ik zonder lichaam, nergens
ben ik zo licht als bij jou
als jij mij draagt
als jij de wereld
als jij mij in de wereld
draagt.
Zacht als de nacht ben jij
het water
waarop ik gewichtloos
drijf en bodem vind
en opsta en loop. En als ik
loop dan stap jij
naast me en ik weet
dat jij loopt zoals ik
of anders niet
omdat jij mij ziet
omdat jij mij helemaal ziet
zonder te vragen ziet
hoe lief ik jou
hoeveel ik van jou
alleen al de gedachte dat jij bent
dat jij hier bent als ik hier ben
alleen dat al.
15 Februari 2009.
Carnaval in Enschede
Gebukt onder de terreur van bordkartonnen vrolijkheid
sleept de schamele karavaan zich voort. Om de leegte
hebben we ons vrolijk uitgedost.
Ook dit jaar slaat de regen Enschede
niet over, nauwkeurig boven de praalwagens
vergiet ze haar tranen, langzaam maar zeker
gaat alles voorbij.
Gelukkig zijn we deze dagen
niet onszelf.
21 Februari 2009.
Maart 2009
Freinet
Een gedicht maken is in de eerste plaats spelen met woorden. Speel met woorden en je hebt een gedicht gemaakt. Zoals in dit voorbeeld:
Ik sta in de Freinetschool, maar
ik kijk om me heen en denk: oké
vrij net, maar het kon best netter.
Een goed gedicht maken betekent dat je woorden hebt gevonden voor iets waar niet zo gemakkelijk goede woorden voor te vinden zijn. Zoals hoe het eigenlijk kan dat een meester of een juf het voor elkaar krijgt om jou te leren rekenen:
Getallensoep!
Meester heeft over getallen gesproken
als was hij een tovenaar
Hij gooide ze samen in een ketel,
wat formules erbij en roeren maar!
Daarna viste hij met een grote lepel
de cijfers zingend uit het sop
Er was geen touw aan vast te knopen
maar we kregen allemaal een kop
Drink deze beker dan zullen jullie snappen
wat het geheim is van het getal!”
Wij aarzelden want de soep die stonk
naar rotte vis en restafval
Binnen ging het schuimen en gisten
volgens de meester was dat heel normaal
Getallen zijn moeilijk te verteren
ze zijn een aanslag op je darmkanaal
Maar het resultaat was fenomenaal
de volgende dag heb ik heel fraai
een perfecte, ronde nul
netjes in de pot gedraaid
Daar maakte ik een foto van
die ik trots op school liet zien
volgens de meester had ik het gesnapt
ik kreeg voor deze nul een tien!
Een mooi gedicht is hetzelfde als een goed gedicht, maar nu worden meerdere mensen geraakt door de toon en de inhoud van het gedicht. Het vertelt iets wat eigenlijk zielig is op een manier die ook wel weer mooi is, waardoor het toch weer net niets minder erg wordt. Of je een mooi gedicht hebt gemaakt voel je zelf wel, maar om het zeker te weten moeten andere mensen het je dus eigenlijk vertellen. Een voorbeeld van een gedicht dat misschien een mooi gedicht kan worden is deze, over een beetje een eenzaam kindje, dat hier zomaar rond zou kunnen lopen:
In de spiegel
Ik ben op deze school
niet geboren, nee, zelfs niet
in deze stad. Ik heb mijn huis
en nog wel meer
verloren, maar weet niet
allemaal meer wat.
Als de juf zegt: “Kijk
dit is jouw klas.”
hoor ik de kraai
die buiten krast
en voel ik ineens
mijn zware jas
In de toiletspiegel pas
zie ik een hoofd
dat past. Dan lach ik
en geef mezelf een hand
als ik ze was
Waar ik ook ben overal
is wel een spiegel
die mij herkent, en mij
teruggeeft zoals
ik ben.
En tot slot, je kunt je voor een gedichtje ook op ideeën laten brengen door een thema, bv. het thema ‘grenzen’. In een gedicht kan namelijk alles, zelfs een tafel kan huilen, in een gedicht:
Over wat een tafel is
Ik heb de tafel eindeloos
bekeken,
heb hem geroken tot onder
in de nerf.
Ik heb zijn blad en poten
gladgestreken,
ik was erbij toen het hout werd
ingekerfd.
Daarna heb ik de tafel secuur
gemeten,
tot de millimeter wist ik
zijn formaat.
Ik heb er met volle aandacht
aan gegeten,
was overtuigd van de grond
van zijn bestaan.
Maar op een dag begon het hout
te huilen,
de tranen rolden weg
in het tapijt.
Ik gaf het een warm kleed om onder
te schuilen,
betuigde van iedere kras oprecht
mijn spijt.
Zachtjes begon de tafel daarna
te spreken,
over zon en wind en frisgroen
blad.
Schilderde een verte die ik nog nooit had
bekeken
nam mij mee, weg, van het rechte
pad.
Toen zei hij iets waarvan ik ben gaan
dromen:
dat hij nooit geweest was wat ik
zag.
Dat hij nog altijd was wat hij altijd al was
namelijk bomen,
waarop iedere dag drie keer mijn maaltijd
lag.
Als ik kon, zei hij, dan zou ik weer
gaan groeien,
op zoek naar wind en wolken en het hoge
blauw.
De reden dat mijn bloesems niet meer
bloeien,
is dat ik ben geworden wat jij
wou.
Die dag heb ik mijn tafel
vrijgelaten,
midden in een grote groene
wei.
Daar heb ik hem geplant
tussen de schapen,
voorzichtig laat hij nu zijn takken
vrij.
Ik wens jullie heel veel speel- en dichtplezier!
13 Maart 2009.
Saxion Kennisacademie (in historisch perspectief)
Wie is de mens dan? Tot materie
gestolde energie met daarin
opgenomen: 26 letters
en de cijfers nul tot en met negen
in eindeloze varianten.
Hier waaiert al die kennis uit
over roltrappen en gangen, hergroepeert zich
op een plek waar men elkaar begrijpt
omdat men besloten heeft daar
dezelfde taal te spreken
Wie is de mens dan? Darwin
heeft zijn gelijk al lang
gecreëerd, de mens is zo ontwikkeld: hij komt
nergens vandaan en hij gaat nergens naar toe,
evolutie is geen meetbare bestemming,
want het eind is niet in zicht.
Wie is de mens dan? De mens is
datgene wat zich hiervan bewust is.
Een ster straalt cum laude dankzij het licht
van een diepere bron, zoals verlangen
of nog eenvoudiger: een vraag
voor de eerste keer stellen.
De rest is geschiedenis
in wording.
24 Maart 2009. Geschreven voor Sax-magazine.
Mei 2009
Het kind en de beelden
Ik ben het kind tussen de zwervers
bedelend langs het Muziekkwartier,
ik was bij de gang naar de voedselbank,
van mama moest ik helpen dragen,
ik heb gesjacherd bij het scheiden van de markt,
mama ging met een hoofddoek solliciteren
en werd steeds weer afgewezen
tot ze hem afdeed, nu heeft ze een baan,
maar papa heeft haar hard geslagen.
Ik heb nachtmerries,
in ons land is het nog steeds oorlog
ik mis mijn oma en de warme zon
niemand wil mij hebben,
ik ben het kind dat zijn vader niet mag zien,
ik ben het kind dat de straat op moet
als mama gasten ontvangt.
Vaak loop ik dan ’s avonds in de schemering
door het Volkspark. Ik wandel tussen de beelden
ze stellen iets voor wat moeilijk is
maar ze zijn vriendelijk voor mij,
ze hebben me nog nooit afgewezen
ze nemen me in alle rust op, precies
zoals ik ben. Ze luisteren als ik vertel
schreeuwen niet als ik vloek
en ik mag tegen ze leunen als ik huil.
Soms geloof ik dat ze iets tegen me zeggen,
het gaat over niet opgeven, en heel
soms aait er eentje over mijn haar, ik vraag
hoe dat kan, hij zegt: dat noemen we bevrijding
dit is een moment om te dansen,
jouw tijd komt nog wel, let maar op.
Ik geloof hem. En ik let op.
5 Mei 2009. Ter gelegenheid van het bevrijdingsfeest.
Juni 2009
’t Vaneker
Wat heeft dit land? Het ligt hier
en vertelt verhalen van voor de baksteen.
Het heeft zolang gewacht en nu
neemt het mij op in dit uitzicht: hoor eens,
de leeuwerik vertelt iets over
wat je ziet als je alles overziet: het lied
blijft langer dan de zanger. Wat wil dit land?
Het ligt aan mijn voeten, het spreekt
een taal die ik pas spreek als ik zwijg –
pas als ik de vraag zwijg: stel, we gingen
stel we gingen deze plek niet veranderen,
wat zouden we dan bouwen?
4 Juni 2009. Ter gelegenheid van de architectuurprijsvraag ’t Vaneker — ‘Bouw natuurlijk je eigen vrijheid’. Opgenomen in het boek ‘Thuiskomen in Twents landschap’.
Grote broer
(in de geest van W. Wilmink)
In de schaduw van zijn grote broer
voelde hij zich safe
zolang hij hier maar bleef
was hij stoer
Met zijn broer wilde iedereen
wel graag verkeren
dames alsook heren
zwermden om hem heen
Hem zagen ze niet staan
daarvoor was hij te klein
soms liep hij op het grote plein
maar wat alleen te gaan
En toen viel op een dag
zijn broer om als hout
zwaar als goud
dat liggen mag
Iedereen met wat gewicht
vond er wel wat van
sprak omfloerst over de man
onttrok hem aan het licht
De schaduw van zijn grote broer
verdampte als een zucht
er was geen weg, geen vlucht:
hij was zonnevoer
Soms kijkt iemand naar hem
ben jij niet de broer van?
nee, huilt hij dan
met stille stem
ik ben nergens van.
15 Juni 2009. In het kader van het Wilmink Festival.
Tussen regels
(i.m. W. Wilmink)
De mooiste woorden die ik heb
ik zal ze laten rusten
in bed, lang na het welterusten
maak ik ze van kippenvel
Alleen zoals een kind kan kijken
strooide jij met zaklamplicht
schreef jij de ernst uit het gewicht
tot ze nergens op ging lijken
De weemoed en de dood
zijn tussen regels weggekropen
onder frisgewassen kussenslopen
geven ze zich onzegbaar bloot
Het leven is een jongensboek
Let op! Niet te geloven zeg,
er lopen beren op de weg,
we knuffelen ze uit de hoek.
Nee, de mooiste woorden die ik ken
besterven op mijn lip
als ik van de Duvel nip,
tot ik dichter bij je ben.
15 Juni 2009. In het kader van het Wilmink Festival.
Du holde Kunst!
Het jubelt mij vooruit
als lenteregen
Het kriebelt als zand
achter mijn shirt
Het spat tegen het groen
in zes kleuren
valt driedimensionaal
op het hellend vlak
Het zoemt tussen de ranken
als hitsige horzels
Het kwettert tegen de klippen
als een zwanenzang
Het zinkt in de ruimte
voor wie het wil volgen: het park
staat open, de Muze schrijdt
en strooit met snoepjes
naar het hongerende volk.
(Kunst in het Volkspark, 14 juni 2009)
Oktober 2009
Het verschil tussen een taart
Kijk: een taart bestaat natuurlijk niet
uit 10 losse ingrediënten, zoals meel
en suiker en eieren en zout
en slagroom enzovoort.
Als alles goed heeft samengewerkt
bestaat een taart alleen nog uit zichzelf
Luister: een taart hoor je niet
in je eentje op te eten. Lijkt
geweldig maar het betekent
dat er niemand op jouw verjaardag kwam.
Proef een taart: lijkt heel erg
op de aarde, er mag van gegeten worden
maar niet alle dagen door iedereen
in belachelijk grote hoeveelheden.
Nu volgt nog wat geheime informatie. Taarten
zijn heel slim, als ze op zijn worden ze
onzichtbaar zodat niemand meer van ze kan eten
dan er was – en ziehier het verschil.
Ter gelegenheid van de Junior Stadsdichterverkiezing Enschede, aan de vooravond van de Kinderboekenweek, Enschede, 6 oktober 2009.
Niet hollen op de loopbaan!
(eenvoudig roerbakrecept voor passend werk)
Gooi je talent te grabbel!
Vouw het tussen het oude nieuws
en verbrand het!
Spoel het met het badwater
weg, verdrink het!
Smijt het met een baksteen van tien
hoog door de open deuren!
——–(stilte)———-
Neem daarna de tijd om niets
te snappen van alles
want het hoofd is te klein voor zoveel
mogelijkheden en het hart te zeer
gebonden aan regelmaat. Wie stil
durft te staan krijgt zijn talenten
als oprispingen toegeworpen. En dan:
Loop door je keuken als de prins(es)
veeg alle indrukken bij elkaar, voeg
er intuïtie naar smaak aan toe en schep op
de borden van verbeelding je warme hart.
Dien het gerecht op met een theelepel passie,
vergast de wereld met je open blik en zie: ze
eten uit jouw hand.
Ter gelegenheid van de talentenmarkt ‘Investeer in jezelf’ van de Gemeente Enschede, 8 oktober 2009, 14.00 uur.
Nieuwe Maan
(Burgerzaal, na de markt)
Opgeslagen indrukken vinden hun weg
naar de kern van het wezen: als
spermacellen vechten ze om de eerste plaats,
cirkelen rond het centrum van aandacht
en roepen om het hardst:
-Ruim baan voor de politieke antenne!
-Ben jij klaar voor de ontwikkelscan?
-Grijp de sleutel en ga op insights discovery!
-Brandweeralarm voor de 2-de loopbaan!
-En wie is hier eigenlijk de baas?
—————stilte————-
In het door wolken gebroken vollemaanlicht staat
in de Burgerzaal nog één kraam overeind.
Op veler advies ben ik op mezelf terug
geworpen. De kraam lonkt met zijn leegte
de stilte prijst haar laatste waar en zie,
het is een vraagteken op een spiegel. Ik peins
mezelf naar binnen en mijn hart
maakt daar een jubelsprong omdat het klopt:
alles wat ik waarneem is van mij en morgen
begint mijn leven onder een Nieuwe Maan.
Geëvolueerd gedicht, Talentenmarkt Gemeente Enschede, 8 oktober 2009, 17.30 uur
Beeld in Woord
(voor Bob Boswinkel)
Hij dacht altijd al in dimensies
dus om daar woorden aan te geven
was een koud kunstje, gewoon
het materiaal aan je botten laten
komen en dat in een ander vat gieten
onder dezelfde essentie: ruimte is dat
wat je niet inneemt maar vult
met verbeelding.
Bij de presentatie van het boek ‘Beeld in Woord’ van Bob Boswinkel, Enschede, 2 oktober 2009.
November 2009
Quercus Palustris
(de drie moeraseiken spreken)
Dit is de plek om te zijn: onze wortels
in papaver, omsingeld en in bloemen
opgenomen. In het hout
de trage herinnering van kinderstemmen,
het rollen van grasmaaiers, de heimelijke liefdes
achter gesloopte muren. Dagelijks is dit
de plek waar we in verbazing toezien
hoe Enschede verandert en hetzelfde blijft
met de snelheid van cirkelende seizoenen. Wat rest
langs de ongebroken droom van groen
en het blauwe uitzicht van de kraaien, is deze oogst
die we in dankbaarheid ontvangen – en teruggeven.
Bij de bekendmaking van de Boomverkiezing, drie Moeraseiken, Laares Enschede, 3 november 2009.
Enschede om op te vreten
(route voor toerist met honger)
Ploegstraat
Zaaierstraat
Goudenregenstraat
Zonstraat (via Twekkelerveld)
Maaierstraat
Oogstplein:
Dirk.
24 November 2009. Sokkelproject Stichting Heartpool Hengelo.
Twents Sprookje
(met échte vliegtuigen!)
Er was eens een:
‘compacte luchthaven in het groen’.
Dat kon natuurlijk niet
goed gaan. Dus binnen 10 jaar
had de wispelturige heks
Economia alles veranderd in een:
‘verkommerde luchthaven in het bruin’.
Volgt meteen de moraal: alles
was vooraf in glazen bollen te zien geweest,
maar de stadsOudsten keken destijds bewust
met hun Heldere blik de andere kant op en riepen:
‘Kijk, daar gaat de zon, kijk dan toch!’
En inderdaad: zij ging, vluchtend
voor hun priemende vingers
en kwam niet retour.
25 November 2009.
December 2009
Het lied der dwaze besluitvormers
Een geur van hoger honing
verscheurde de vredige stilte
een geur van hoger honing
en de illusie van beloning
Die geur en het zachte lonken
van hemelhoog rendement
om vliegend vliegtuigronken
nieuw asfalt over stronken
Dreef hen, de roekelozen
dit landschap af te schrijven
dreef hen, de roekelozen
te vertrappen perk en rozen
Ver van hun volk en leven
schoon toch door hen verkozen
ver van hun volk en leven
op Euro’s afgedreven
Stegen zij en verdwenen
ontdaan, ontgaan, ontzworven
stegen zij en verdwenen
boven asfalt, staal en stenen
Nu is het land gestorven
het ligt merkwaardig leeg
met een lichtzinnig besluit bedorven
is dit land – het is gestorven.
8 December 2009. Ter gelegenheid van het politieke besluit over Airport Twente, ten koste van dierbaar landschap,geïnspireerd op ‘Het lied der dwaze bijen’ van Martinus Nijhoff.
Vrijwilligershorden
(een verklaring van groei)
Terwijl het kabinet beraadslaagde hoe
het verder moest
-met de vervetting
-met de normvervaging
-met de solidariteit
-en met de organen
van de jeugd van dit land
Terwijl de weg bezaaid was
met kuilen en hordes en water
en er steeds maar niet gesproken werd
over het nut van de steeplechase
Terwijl op Europees niveau
het Amerikaanse voorbeeld
tot schrikbeeld werd verheven
en kilometerslange debatten resulteerden
in afgetrainde tolken
en een hausse aan spraakverwarring
waren in Enschede hele horden
vrijwilligers gewoon
aan het werk. Voor niks gaan
maar twee dingen op: de zon –
en de vrijwilliger. En ziehier een verklaring
voor het wezen van groei.
11 December 2009. Ter gelegenheid van de uitreiking van de Gemeentelijke Vrijwilligersprijs.
Januari 2010
Oogstplein 2010
Te koop: flats met uitzicht,
toiletpapier en gratis mededogen.
Cultuur hangt onbekommerd aan de lijn
te drogen, de gemeente timmert hier
aan de weg en steeds meer ramen dicht,
maar wie de tijd neemt ziet daar doorheen
Enschede in een breekbaar licht.
4 Januari 2010. Verkeersbord-poëzie ter gelegenheid van de Poëziemarathon.
Verdwalen is noodzakelijk
(opening poëziemarathon 24 jan 2010)
In de wereld om mij heen
ligt het draaiboek van mijn ziel
het spel waarin ik speel
schrijf ik iedere dag opnieuw
zo verzin ik al mijn haast
en de zoveelste weg naar Rome
Verdwalen is noodzakelijk
en daarvoor zijn woorden
nodig die met regels breken
die scheuren in de aarde trekken
en gaten in de hemel slaan
Enschede, droom wakker!
De marathon is begonnen en zij maakt
van uw stad een dorp aan zee
en een gebroken spiegel
van uw zekerheden
Ik smeek u: ontloop
het rechte pad, want alleen
de echte helden
zetten dit script
naar hun hand.
24 Januari 2010. Opening van de Poëziemarathon.
Na het doodsbericht
Hèhè, God zij dank, nu eindelijk weer thuis
waar het behang rechtstandig van de muren
viel
waar het bier verschraalde in koffiemokken en in dromen
drachtige merries draafden langs bandbreedtes
van ingehouden razernij
Hèhè, God zij dank, nu eindelijk weer thuis
waar de ketting van vrijheid aan de CV
lag
waar warmte werd uitgedrukt in het elementaire delen
van zwarte koffie met de aan zwoele blikken verslaafde
buurvrouw
Hèhè, God zij dank, nu eindelijk weer thuis
waar het leven onbegrijpelijker dan de dichter
was
waar hij zich afvroeg terwijl de maan brak
op het pantser van zijn gedachten: wat zal het zijn
dat mooie praatjes verkoopt als stofzuigers iedere keer
als ik hier nooit meer ben?
Hèhè, God zij dank, nu eindelijk weer thuis
waar hij verwonderd rondzag naar de gewoonheid
van de dingen die achter zouden blijven
het bankstel, het losse stopcontact, de telefoon
naar de wereld, de dingen, niet de onbestaanbare mensen
Hèhè, God zij dank, nu eindelijk weer thuis
hij zapte langs de overstromende kanalen maar vond
niets
dan omhooggevallen sterren en het spiegelbeeld
van zijn binnenkamer, het silhouet van zijn stervende
hoofd, bibberend van aanwezigheid maar verder
zo kalm als glas.
Vreemd, deze voorstelling
had hij van de dood nooit gehad
28 Januari 2010. Poëziemarathon in Prismare.
Maart 20010
Vermenigvuldig jezelf!
(Freudiaans Stemadvies
voor de aarzelende Enschedeër)
1. Stem alsof
je nog in het vruchtwater ligt:
mama zorgt voor je.
Slaap daarna weer in.
2. Stem als een kind
op de partij
met de mooiste kleuren
en de lekkerste snoepjes.
Speel daarna verstoppertje.
3. Stem onzinnig
op de partij die jou het meest
met walging vervult.
Schreeuw daarna
je woede van de daken.
4. Stem met je ogen
dicht, tast opgewonden de knoppen af
en druk op gevoel.
Bezoek vervolgens een godshuis
en bid.
5. Stem alsof je ligt
te sterven: het is
je laatste daad.
Ga daarna rustig heen
en vermenigvuldig jezelf.
3 Maart 2010, ter gelegenheid van de Gemeenteraadsverkiezingen.
Voor het bloeden
In die jaren was zo’n beetje iedereen in Enschede
een soort van gelukkig. Dat was behoorlijk
irritant, maar niet zorgwekkend.
Een kleine splintergroepering ontdekte
dat er tussen het lachen door nog genoeg
te huilen viel. Zij waren het
die de tragiek eerden
met een doekje voor het bloeden:
de smartlap, de smartlap
werd zo goed ontvangen
dat hij wel een vroege dood moest
sterven, verdronken in de vreugde
van zijn eigen festival leefde hij nog
lang en ongelukkig, verbijsterd om zoveel
hopeloze blijmoedigheid.
28 Maart 2010. Ter gelegenheid van het Smartlappenfestival Enschede.
Mei 2010
Tot een vrij bestaan
(Auschwitz, barak na de bevrijding)
Weet u wat het is om de wind
te keren voor leegte? Niemand
die mijn houten huid nog langer koestert
die als een slak zich terugtrekt
in mijn gehavend huis. Ze zijn
vertrokken zodra ze de kans kregen
zonder een blik, een gebaar, een overpeinzing.
Zo afwezig als ik ben in hun gedachten
zo zijn mijn herinneringen aan hen
gegrift tot in de nerf: ik was er
voor het gegeseld lichaam
en voor het hoofd vol dromen
tot een vrij bestaan
4 Mei 2010. Met dank aan de enthousiaste leerlingen van de combinatieklas 3 HAVO/VWO van het Bonhoeffer College, lokatie Geessinkweg, die mij tijdens de dicht-clinic hebben geïnspireerd!
Ground Zero, Enschede
De gong! De gong!!! Hij krijst
door de tiende ochtend wijst na, na
knettert nog jaren na van oud hout
en herinneringen – de roombeek
loopt over van zwervend zingende verhalen, verhaal, halen
De stilte na een inslag is zwart
zoals het hart verbaasd
kan willen dat het nog klopt
dat het allemaal nog kloppen kan
De stilte na een inslag is geel
als het koortsige hoofd
dat niet wakker, niet wakker
worden kan
Ground Zero Enschede, te koop:
nieuwe grond op oud zand
nieuwe wegen op vergeten zomers
nieuwe huizen op verloren wind en rots
vast vertrouwen, trouwen
rouwen om de echo
van tien jaar nu
die naar u
na u
nu
12 Mei 2010. Ter inleiding van een speciale uitvoering van het Enschedees Requiem in Grote Kerk op 12 mei 2010.
Oktober 2010
De Essentie van een veranderend Enschede
(doop van de Stadshaard in drie tegelwijsheden met een korte toelichting)
Tegelwijsheid 1:
Verandering – transformatie – is het wezen van de dingen.
De dingen krijgen van ons, mensen, een naam, zoals ‘ik’, of ‘buurman’, of ‘Enschede’, of ‘Roombeek’, of ‘Stadshaard’. Wij weten dat de dingen nooit hetzelfde zullen blijven. Daarom hebben we rituelen bedacht, vormen, waarin men de overgang van het één naar het ander, een plek en betekenis kan geven. Een voorbeeld daarvan is de doop, waarmee we iets of iemand een ‘vaste’ plek in de gemeenschap geven. Er bestaat binnen zo’n gemeenschap altijd een zekere consensus over hoe de dingen horen te zijn. Over wat de moeite waard is. Dat noemen we cultuur. Dit mag wel, dat mag niet, dit is mooi, dat is lelijk, enzovoort.
Zo schouwen we de wereld om ons heen en zijn we altijd overtuigd van ons eigen aangeleerde gelijk. Zó horen de dingen te zijn!
Maar de dingen veranderen voortdurend, ook als we dat niet meteen zien. Jaren worden rimpels, geheugencellen worden Alzheimer, een scherpe blik kan niet meer zonder bril.
Tegelwijsheid 2:
Als we ons neerleggen bij de verandering, wordt de dood een uitnodiging om te gaan leven.
Stel nu, dat we in Enschede een nieuwe wijk zouden bouwen. Boven op de oude, die is verdwenen, die is overgegaan in licht, lawaai, vuur en herinneringen. En stel we zochten naar nieuwe vormen, naar veelkleurigheid, naar diverse verschijningen voor aloude bestemmingen. Wat zou dat opleveren?
Het nieuwe heeft tijd nodig om in het oude te kunnen integreren. Om samen iets anders te worden, wat daarvoor nog niet bestond.
De eerste ‘zwarte’ in het Roombeek van de jaren ’70 was het gesprek van de dag, maar in de jaren ’80 en ’90 werd in vele talen een gesprek gevoerd, en was de couscous van de buurvrouw niet vreemder meer dan de eigen stamppot. Wel was het een prettige variatie op het avondmaal.
Tegelwijsheid 3:
Wie het nieuwe toelaat in zichzelf zal opnieuw geboren worden.
Een ketelhuis is een functioneel gebouw. Er staan apparaten in die zorgen voor verwarming. Zij regelen de transformatie en het transport van energie. Dat hoort zo. En dat blijft zo.
Nieuw is het, om die functionaliteit te verpakken in een niet-functionele vorm. Niet verstoppen, maar laten zien.
Welke vorm past dan? Wat is de ‘goede’ vorm? Is de vorm goed als ze past bij de inhoud? Is ze goed als ze past bij de omgeving? Is ze goed als ze past in de traditie? Is ze goed als ze daarmee breekt?
Er circuleren veel perspectieven als het gaat om de vraag wanneer een vorm ‘goed’ is. En even zovele meningen.
Maar ook overtuigingen zijn veranderlijk. En wie dat als zodanig toelaat, zal nieuwe perspectieven in zichzelf kunnen ontdekken.
Een simpel voorbeeld. Veel stemmen hebben geroepen dat de Stadshaard de naastliggende Mariakerk ontsiert. De Haard trekt alle aandacht. Maar… sinds het verrijzen van de Stadshaard is er meer over de Mariakerk gesproken dan in 20 jaar daarvoor! In positieve zin. Zelf is me de kerk nog nooit zo opgevallen als sinds de Stadshaard ernáást staat.
Een ander voorbeeld. Veel stemmen roepen dat het gebouw lelijk is (hoewel niet alle stemmen goed worden geteld, maar dat terzijde). Ik moet denken aan het schilderij ‘De Schreeuw’ van Munch. Ik vind dat een lelijk schilderij. Maar het raakt me altijd weer als ik het zie. Het zegt iets over mij, over de wereld waarin wij leven. Ik vind het lelijk, maar toch belangrijk. Het is goed dat het er is.
De vraag is deze: kunnen wij het nieuwe toelaten? Kunnen wij het inbedden in onze vertrouwde traditionele denkbeelden, die we in de loop der eeuwen in Delfts Blauw hebben verzameld boven onze eigen haard?
Als we dat kunnen, tonen we als stadsgemeenschap ruimdenkendheid en veerkracht. Dan tonen we aan, dat we bereid en in staat zijn ons open te stellen voor het andere, waarin wij opnieuw geboren kunnen worden. Dan stellen we ons open voor nieuwe vergezichten. Het is een ontdekkingsreis.
Met verwarming.
In het perspectief van zo’n hoopvolle, veelbelovende horizon, dopen we vandaag de Roombeekse Stadshaard.
Opdat hij zich zo goed mogelijk van zijn dienende taak zal kwijten.
Opdat hij mag worden opgenomen in de gemeenschap.
Opdat hij een voorbeeld mag zijn voor anderen.
Uit naam van alles wat ons bij elkaar brengt en verbindt,
Amen (het zij zo)…
1 Oktober 2010. Bij de officiële ingebruikname van de ‘Stadshaard’ op Roombeek, Enschede.
Matroesjka
De aarde bestaat zo’n 4,6 miljard jaar
De mens daarbinnen 2 miljoen
Daarbinnen de moderne mens 10.000
In de moderne mens het Humanisme 210
Uit de moderne mens geboren
Humanitas, 65 jaar voor vandaag
En vandaag is de dag
om uit je cocon te kruipen en te zien
dat jij bent geboren uit een groter verband
waarin de ander anders is
maar daarbinnen de oorsprong
van al jouw ik.
(25 September 2010.) Bij de 65-ste verjaardag van de vereniging ‘Humanitas’.
Ik heb vandaag beelden
Ik heb vandaag beelden
uit woorden gehakt
Van onze ruzie maakte ik
een spartelende vis
De toekomst werd een bed
met een groot gat aan jouw kant
en mijn angst was de maan
achter een wolk weggekropen
Maar bij liefde kwam jij
zomaar de kamer weer binnen
en tilde mij als een veertje
uit de stenen
5 Oktober 2010. Ter gelegenheid van de Junior Stadsdichterverkiezing, aan de vooravond van de Kinderboekenweek.
De volgende onderdelen zijn de twee Zomerseries die in de Twentsche Courant Tubantia gepubliceerd werden. De tweede, die van 2010, is bijzonder omdat de gedichten geïnspireerd zijn door de Stadshaard, het ketelhuis dat aan de rand van de wijk Roombeek staat.
Zomerserie 2009
Zomerregen
Voor de honderdtwintig zorgen
in mijn hoofd zijn witte wolken
in de plaats gekomen
ze drijven voorbij en laten mij
onder het rustend blauw schreiende
staan: het regent hier
genade
Veste-reces
(het gras spreekt)
We zijn het krijt ontgroeid
de grenzen zijn opgeheven.
We staan met zijn miljoenen
voor niks omhoog te schieten:
geen bal die het interesseert.
Dagelijks komt de hoogtezon voorbij
en als we achterover liggen
drijft boven ons een blauwe zee.
Zelfs het water wordt ons aangedragen
all inclusive, Enschede.
Uit pure verveling doen we dagelijks
onze wave: als niemand kijkt natuurlijk
stel je voor ze ontdekken dat echt gras
een kunstje kan! Nee, eerlijk gezegd zijn we
wel klaar om vertrapt te worden.
De leuge zomer
De zomers waarn lang en leug,
en de stad zat nog vol
met gaatn: Eanske werd pas groot
in’t niemandslaand.
Wie zochtn in die tied niks meer
dan‘t oale spoor van brandhoalt en tuffel
en volgdn de trage rook noar’t westen
woar de bebouwde kom onderging
in’t Usselose buutnlaand.
Ik was 11 joar, zo groot
is de weerld later nooit meer wordn.
Stille haven
Asfalt
onder een jonge zon
de herinnering aan diesel
en frituurvet
het begin
van een hete dag
en dan
het krijsen
van de meeuw
om een lange lege zomer
Vlieg
(van Heekpark, juli 2009)
Behalve de loden warmte
(neem de tijd voor dit gedicht
want hitte is stroop voor de zintuigen)
is het van Heekpark leeg.
Een vlieg landt op mijn linkerhand
een vlieg als iedere andere, ik
houd ze niet uit elkaar. Maar toch
van deze is er maar één, en dat is zij
zolang ik haar zie en voel en de gelegenheid geef
(ik neem mij voor dat te doen).
Dan vliegt ze weg, ik klief mijn arm
door de hitte en veeg het zweet van mijn voorhoofd
en ze doet wat vliegen vaker doen: ze komt
terug, zelfde hand, zelfde plek
(ik zei toch, neem de tijd, lees deze regels
alsof je de komende drie uur niets omhanden hebt want):
is ze dezelfde? Ze lijkt erop
maar is ze die ene, die enige ene?
Ik kijk naar het beestje en stel vast
dat het niet kan: nooit (reken maar eens uit
hoeveel tijd dàt is!)
zou ze dezelfde kunnen zijn, daarvoor
is er inmiddels teveel gebeurd (drie seconden
twee geboortes, één aardbeving). Ik sta langzaam op
in de ramen van schenkerij Wattez loop ik
mezelf voorbij: ben ik dus toch
weer te snel geweest (het is belangrijk
nu niet af te dwalen, blijf nog even, hoe vaak
hebben we deze gelegenheid, tenslotte) om jou
te ontmoeten in het trage spoor van deze zomer.
Te gras
(camping de Loeks, Enschede)
Onder mij groeit het gras
sneller dan ik adem,
het draagt mij tot ik
gewichtloos ben,
dempt de transistortonen
tot een mierenmars: links rechts links,
tot een fluisterstille wind
de tere sprietjes 1 voor 1 doet buigen,
tot alles ver weg is zoals nu alles
met mij hier groeit en versterft.
Aan de Rutbeek
Aandoenlijk was het, de groep
Mongolen spetterend in het water
stralend als de zon
in het geschater. Later
deed in het verkoelend water
een lichtbruine drol mij aan
(model Hemaworst) want inderdaad:
de groep was uitgelaten
De constructie van een zomerherinnering
(Jekerstraat 140-260 Enschede)
Bij gebrek aan tuin heb ik
een tuinstoel gekocht
en twee vierkante meter gras
Twee centimeter tuinaarde
op mijn balkon, de grasmat erop
en daarbovenop de witte tuinstoel
Van de vijf zit standje drie het beste
het plastic lokt de zonnestralen
met zijn aardse beloften
door de ochtendnevel
Het universum is vervuld
van wat er komen gaat:
een zomer en daaraan
de herinneringen.
Zomerserie 2010
Juli 2010
Het is hartje zomer, maar de Stadshaard brandt.
Het ketelhuis van Essent, vormgegeven door Hugo Kaagman, is zo’n gebouw waar iedereen meteen een mening over heeft. Je vindt het prachtig, of aanstootgevend. Een ontsierende afleiding van de naastliggende Mariakerk, of een object met ballen; het toefje op de Roombeektaart.
Wat is het?
Voor een stadsdichter is het meer dan voldoende als een gebouw in Enschede zo evident tot ieders verbeelding spreekt. Het mengt traditie met vernieuwing. Het is onontkoombaar.
Het gebouw is zijn eigen statement. Zoals een ouderwetse spreuk in Delfts Blauw: soms irritant, maar geen speld tussen te krijgen. We moeten wel in hem geloven.
Dat is voor mij de inspiratie geweest die heeft geleid tot een serie van acht zomergedichten met als werktitel: gedichten voor bij de Stadshaard.
Ik wil de stadsredactie van TC/Tubantia hartelijk danken voor het idee (ere wie ere toekomt) en voor de aandacht waarmee de gedichten deze zomer hun plek krijgen in het stadskatern.
Wat Enschede maakt
Wat iets van iets maakt
staat nergens vast
omschreven. Zoals Enschede is
gemaakt van alles wat
ondanks alles overeind is
gebleven: de ouwe kerk
en daaromheen
cirkelend de rover
in eeuwige vlucht
en op zijn hoede
voor veranderingen.
Stemmen van de koningin!
Behalve voor een ramp en de gevolgen
kwamen wij nooit naar Enschede
maar ik beloof u: op een dag zullen wij besluiten
zomaar te komen. Per rijwiel gaan we
via het Rutbeek eerst langs de Stendermolen
en dan met zekerheid over de Usseler es.
Wij zouden het zeer op prijs stellen
indien u es en land tot dat moment voor ons
in goede orde zou kunnen bewaren.
Stadsveldprinses
(een open rekening)
’s Morgens rolt hij stinkend
ons bed uit en kruipt
naar zijn baas: een magnaat
in stenen textiel
Zijn maatschappelijke ladder
bestaat uit een steiger
en onbereikbaar zicht
op de hoogwerker
’s Middags eet hij vloekend
zijn gesmeerde boterham
belegd met ossenworst
(een stier zonder ballen)
Het is een goede jongen
echt, hij eert zijn vader
en schreeuwt op zaterdag
zijn zoon uit de achterhoede
’s Avonds zuipt hij
een stuk in zijn kraag
om te vergeten waar
ik ooit goed voor was
Geachte Grolschdirectie
mijn vraag is even retorisch
als religieus: naar wie
wie stuur ik deze rekening?
Ik, Jan Cremer
Wat het leven
vaart geeft
is een motor
onder je reet
en een lekker wijf
om in te blijven
tot je de geest geeft
en verstijft, trek je je
godverdomme niks aan
van het kortste eind!
Het oude postkantoor
(weemoed in Sonnet, niet rijmend, maar met leeswijzer!)
Hier hangt voor altijd het wachten (leespauze)
alle verzegelde uren zijn zorgvuldig
opgeslagen in het collectief
Enschedees bewustzijn: het geluid
van stempels achter veiligheidsglas (weer een pauze)
schuivende schoenen over plaveisel (idem)
tot in de hoge plafonds resonerend
kuchen, de geur van inkt en briefpapier (snuiven)
De loketten stonden strak over de hele lengte
van het gebouw, ruimte en tijd waren toen nog
dimensies zonder volgnummer (hierover nadenken).
In Delfts Blauw gevangen postkantoor zo mooi
dreigende wolken pakken zich samen, maar kunnen ook
op hun beurt niet anders dan achter aansluiten (glimlachen).
De trans: formator
(verslag van een reis: in de Stadshaard)
Wij waren er en wij hebben het:
overleefd. In het brandpunt
van de Stadshaard zagen wij het licht:
energie is niets dan transformatie
van beweging, wat zeg ik: niets staat vast!
Wie mij niet begrijpt zeg ik: wartaal
is ook taal, wat zeg ik: kunst is het onbegrijpelijke
omzetten in materie, dat zeg ik: energie is wat
alles op zijn plek houdt tot het niet langer gaat.
Bij zinnen
(over wat niet begraven kan worden)
Mijn oom Johan is nu net zo dood
als de Enschedese textiel
maar toch hangen ze samen
nog rond in eindeloos gesponnen
verhalen: constructies
die cirkelen om tegelwijsheden
zoals dat alles draait
om kameraadschap
en dat het een groter geluk is
samen niks te hebben dan alleen
net iets meer. Het leven
sloeg hem misschien
harder dan weefgetouwen
maar hij verstond de kunst
daar zo mooi omheen te vertellen
dat iedereen hem graag geloofde, want alleen
zo bleef een mens bij zinnen.
Als de zee komt
(advies bij naderend onheil)
Als het ooit zover komt
dat de zee de boulevard
van Enschede bereikt
roep dan niet om hulp,
wacht niet op een ark
en vlucht niet naar het oosten
weg, nee: als je bang bent
voor het wassende water
ontvouw dan je paraplu
vul je handtas met ijdele hoop
en ga met een glimlach op weg
naar het Hoge Land.
