Meike Mardjan (Junior Stadsdichter 2009–2010)


Toen Meike Mardjan in oktober 2009 Junior Stadsdichter van Enschede werd, was ze tien jaar en zat ze in groep zeven van de Montessori basisschool op het Zeggelt.
Hier staan de gedichten die zij in de periode oktober 2009 tot oktober 2010 schreef.

Slapen

Ik krijg het niet zwart.
Mijn gedachten slaan op hol.
In het holst van de nacht.
Ik denk aan van alles.
Aan school, aan vrienden.
Mijn hoofd zit vol.
Ik spring op de trampoline.
ik spring en ik spring.
Hoger en hoger.
Ik spring een gat.
Een gat in de lucht.
Een gat in mijn bed.
En ik val.
Ik val eindelijk in slaap.

Oud en Nieuw

nieuw jaar
nieuwe fiets
nieuwe kleren
nieuwe hobby
nieuwe kamer
nieuwe vrienden
nieuwe vissen
ik ben benieuwd
over een jaar
op oudejaarsdag
is alles weer oud
oud jaar
oude fiets
oude kleren
oude hobby
oude kamer
oude vrienden
oude vissen
van nieuw naar oud
van oud naar nieuw

Alleen

Je loopt op het schoolplein
Niemand loopt naar je toe
Je bent weer eens alleen
Je ziet kinderen spelen
Kinderen genoeg
Waarom loop je niet naar ze toe!
Sukkel!
Zeg ik zachtjes tegen me zelf
Ze komen toch niet vanzelf naar je toe
Je bent gewoon te bang
Schijterd!
Ik ben niet bang!
Zeg ik keihard
Iedereen kijkt naar mij
Opeens zie ik een hele donkere plek op m’n broek
Waarom praat ik toch altijd tegen mezelf.

Snorro

Ken jij Snorro?
Ken jij Doňa Corrie?
Ken jij sergeant Manuel?
Ken je ze niet?
Kom dan lekker kijken!
Ben jij wel wie je bent?
Of ben je iemand anders?
Of doe je maar alsof?
Denk je dat je mij kent?
Of ben ik iemand anders?
Weet je het niet zeker?
Of weet je het juist wel?
Ken jij Don José?
Ken jij Snorro?
Op zijn snelle paard?
Die mooie wervelwind!
En daar gaat Snorro!
Met zijn snelle zwaard
Sshhoeff sshhoeff sssoeff
Ken jij die held?
Met dat masker
Ken jij die slapjanus?
Ken jij die stoere vent?
Is het niet dezelfde die je kent?
Is het alleen dat masker?
Dat je bent?
Zonder masker kun je het ook wel!
Onthoud dat goed!
Wil je vrolijk zijn en blij?
Ga dan naar Snorro – dan hoor je erbij.

voorbij

Ik wacht zoals zo velen
Ik wacht al zo lang
Ik ben vrolijk maar
ook een beetje bang
Ik voel mijn knieën knikken
Ik heb kriebel in mijn buik
Ik wil hem heel veel zeggen
Als hij straks voor me staat
Dat ik hem gemist heb
en hoe het op school gaat
Ik wacht nog steeds
Het is koud
En er staat wind
Eindelijk daar is hij dan
Die goede sint
Hij geeft ieder kind een hand
En dan staat hij voor me
En hij kijkt naar mij
Ik weet niet meer wat ik wil zeggen
En het moment is voorbij.

geen vlees

Ik eet geen vlees.
Honderd paar ogen kijken me aan.
Op elkaar gepakt in 1 hok.
Ik eet geen vlees.
Van achter het autoraam zie ik ze staan.
Ze huilen en krijsen.
Ik eet geen vlees.
Ze zien er verschrikkelijk uit.
Hun staartjes zijn afgesneden.
Ik eet geen vlees.
Ik weet wel waar ze naar op weg zijn.
Ze zijn op weg op weg naar hun dood.

Reageer…

*

Protected by WP Anti Spam