Andere gedichten

———————–

Textielblues

 

De blues huilt, lacht, zingt zacht
laat de gitaar klagend klinken
de slepende stem van de zanger
wekt op wat je al lang vergeten dacht.
 

Het goudgele graan op de es
moeder thuis met koekjes en thee
vader was werken op de fabriek
de blues in Enschede.
 

Heimwee naar die zwoele zomeravond
wandelend met vriendinnen
likkend aan een ijsje van de Italiaan
laat op straat, het was bij tienen
van de bios naar het busstation
de middagploeg gaat al naar huis.
 

Hij speelt zacht op zijn mondharmonica
zingt over mensen in Amerika
daar plukt een man katoen
komt ’s avond niet naar huis
de stoel die op de veranda staat
schommelt wild met groot verdriet
ver weg van Enschede.
 

Over rivieren en kanalen varen grote schepen
vrachtauto’s rijden in colonne over autowegen,
levend vee wordt er vervoerd,
vliegtuigen trekken witte sporen
in de hoge blauwe lucht
het leven zingt, het leven zucht
in Memphis en in Enschede.
 

Inzending stadsdichtersverkiezing

———————–

Hart voor de stad

 

Hij kent de stad als geen ander
weet welke mensen er toe doen,
groet hartelijk wie hij tegenkomt
zijn lach klinkt vaak en luid
hij is erom bekend,
heeft met menigeen een klik.
 

Hij houdt van deze stad
zoals zo velen,
maar hij een tikje meer
strooit met ideeën
neemt initiatieven
steekt handen uit de mouwen
werkt, loopt, sjouwt
waar nodig is.
 

Geen blad voor de mond
daar houdt hij niet van
hij is een man van rechttoe rechtan.
 

Hij geeft zijn visie zonder dralen
heeft meestal gelijk vindt hij zelf
doet het belangeloos
niet voor het aardse slijk
of politiek gewin,
hij doet het voor de stad
en voor zichzelf
ook daar is hij duidelijk in.
 

Inzendings stadsdichtersverkiezing

———————–

De singel

 

Zwermen spreeuwen bewolken de rode hemel
dansen een choreografie
die niemand hen geleerd heeft.
 

In de middenberm jonge platanen
de singel slingert als een rivier
door deze waterloze stad
oversteken is hier lang wachten.
 

Auto’s razen voorbij
ik spring niet in een gat
de ruimte moet groter zijn.
 

Plotseling heb ik het koud
hoewel mijn wangen gloeien
vermoedelijk is er geen relatie
met de dansende spreeuwen
in de rode avondlucht.
Inzending stadsdichtersverkiezing
Zondagse kleren
 

Toen mijn ouders zondagse kleren droegen
de radio zondagse muziek liet horen
vond ik het lopen uit door de poort
over de straat op weg naar het park.
 

Daar wachtten herten met grote geweien
schreeuwden pauwen
gleed het zwanenpaar
langs eenden en goudvissen.
 

Een roestige, ronde stang hield mij tegen
de vijver met planten en bomen
was van vogels en vissen.
 

Terug naar huis roken mijn handen naar ijzer
mijn haren naar gras
mijn ogen naar water
mijn huid naar wind.
 

Thuis zaten mijn ouders op
hun zondagse stoelen te roken
zij zagen niets, zij zeiden niets
ik gaf mijn moeder een pauwenveer.
 

Inzending stadsdichtersverkiezing

———————–

Kunst moet naar buiten

 

Kunst is recalcitrant, obstinaat,
houd van verzet, zit in haar aard
als iets moet wil ze niet.
 

Kunst wil beslissingsrecht
over binnen of buiten
wil op eigen benen staan.
 

Kunst hijgt in regen
struikelt in wind
valt op zwarte grond
mond, neus in modder,
stikt bijna van woede.
 

Iemand draait haar om
naar het gloeiende licht
zon op staal, steen,
kleuren tegendraads.
 

Kunst is bekaf
wil autonoom zijn
niet van de maker
niet van de kijker
alleen van zichzelf.
 

N.a.v. de discussie in Enschede dat kunst naar buiten moet

———————–

Intercultureel vrouwencentrum

 

Er is een plaats in deze stad
waar alleen vrouwen komen
hun vrouwendromen dromen.
 

Hier zijn zij thuis, vinden elkaar
in verhalen die zij vertalen
naar dit leven in het heden
of in het verre vaderland.
 

Zij praten, observeren
luisteren en leren
op eigen benen staan
een eigen weg inslaan
bos of stad ingaan
om vrij en onbeperkt
te doen wat sterkt.
 

N.a.v. het 25-jarig jubileum van Intercultureel vrouwencentrum SIVE

———————–

Wijk Boswinkel

 

Zijn het de straten, huizen, torenflats
waaruit je heel ver kijken kan
de UFO-school wellicht voor velen
te verlicht, de bakker op de hoek
zorgcentrum Livio en de Toekan?
 

Of de mensen die er wonen
met al hun wensen, angsten
dromen, zorgen groot en klein?
 

Kleurrijk is deze wijk
maar niet zo rijk, in deze tijd
heeft menigeen geen vaste baan
of is op zoek naar werk.
 

Ook in een wijk als deze
kan er een afstand zijn
die niet te overbruggen lijkt
maar hier verbindt men
fietsend met elkaar
de brug is daar. 

In Oost en West men doet zijn best
wat van belang is weet men goed
gezondheid, veiligheid, geld, werk
vrije tijd, een groene schone wijk
ontmoetingen op straat of thuis
hier slaat men handen in elkaar.
 

Voor wijkteam en bewoners Boswinkel

———————–

Balkonfestival

 

Vanaf een balkon zie je een andere stad
je kijkt naar kruinen van bomen
een villa in het groene gras
een kerktoren, vogels in hun vlucht
en vooral veel wolken
in een eindeloze lucht.
 

Vanaf een balkon zie je alles
in een ander perspectief
bloemen zijn wel heel erg klein
honden zie je op hun rug
een man voorovergebogen op zijn fiets
je zwaait naar hem, maar hij ziet niets.
Vanaf een balkon zal straks muziek gaan klinken
er wordt gespeeld, er wordt gezongen
er dwarrelen, klanken, woorden neer
die elkaar daar hebben gevonden.
En wie er onder staat met opgeheven hoofd
een brede lach op het gezicht
voelt ontroering in het hart
en heeft misschien wel kippenvel.
 

Balkonfestival juni 2017

———————–

De tafel van Marcelis

 

Welkom ga zitten, schuif maar aan
aan deze tafel, in dit huis en voel je thuis
pak een stoel kom er bij, neem een kop koffie
of drink een kop thee en doe mee.
 

Vertel wat je wil, vertel wat je kan
wat je samen met anderen wilt veranderen
in deze wijk, in deze buurt De Posten.
 

Misschien denk je, dat kan ik niet
ik heb dit nog nooit gedaan
misschien denk je, dat durf ik niet
maar hier is een stoel voor iedereen
aan deze dis, hier in dit huis
aan deze tafel van Willem Marcelis
is er ook een plaats voor jou.
 

Vertel wat je te zeggen hebt
hier wordt geluisterd naar elkaar
jouw stem telt net als die van haar
en denk aan: ‘ik heb het nooit gedaan,
dus ik denk dat ik het wel kan,
dat helpt je te voelen wat je wel kan.
 

De Tafel van Marcelis in zorgcentrum De Posten

———————–

De veelzeggende

 

Zij kijkt met open blik, schikt papier
verf, inkt, kleurt leven
is als de rots waarop wij zitten
als wij de verte willen zien
met scherpe, milde blik.
 

Zij houdt van het materiaal
dat door haar handen gaat
verbijt soms pijn
is als het riet
gegeseld door harde wind
buigt om niet te breken
er is zoveel dat zij verbeelden wil.
 

De mens die vlucht en vraagt
om huis en haard,
die zingen wil en dansen kan
die lijkt op mij en jou
meer dan ons lief is wellicht
laat zij ons zien.
 

Zij is de veelzeggende
die met weinig woorden
observeert en verbeeldt
wat onzegbaar is.
 

N.a.v. de expositie van Hermine Sanders

———————–

Stille kracht

 

Er is een vrouw die vlucht met in haar hand een tas
waarin haar hele leven, haar kind huilt
haar huis in puin, in straten vol rook
en stof soldaten met geweren.
 

Er is geen vrede die daar nu dalen kan
hoofden zijn vol met haat
harten huilen van verdriet
angst beheerst hun leven.
 

Er zijn de mannen van de macht
zij handelen in wapens
er is het lijden van de mensen.
 

Er is een stille kracht die uit de hemel komt
boven veld en steden zweeft
het hart zoekt van al wat leeft
en maant ons stil en zacht te zijn
voor ons zelf en voor elkaar.
 

Er is de hoop die niet sterven kan
ook als zij hard geslagen wordt
tot bloedens toe geslagen wordt
dan staat zij op en weet dat licht
altijd opnieuw gaat schijnen.
 

Internationale dag van de Vrede

———————–

Onbegrijpelijke brief

 

Zij begrijpt niet wat er staat
daar waar haar vinger wijst
die ellenlange zin met moeilijke
woorden erin, die snapt zij niet.
 

De brief is echt voor haar bestemd
haar naam staat bovenaan,
wat wordt er toch van haar verwacht
ze voelt zich als gescheurd papier
versnipperd en verstrooid.
 

Ze is bang voor straf, zoals op school
toen zij met taal veel fouten maakte
het lezen ging haar nooit goed af.
 

Er staat een nummer onderaan
ze wil gewoon met iemand praten
die de brief begrijpt en haar vertelt
wat zij moet doen of laten.
 

De stem spreekt snel, toets een, toets twee,
drie of vier het gaat zo vlug
dat ze de verbinding gauw verbreekt.
 

De brief gaat in een diepe la
waar vele brieven liggen
wat je niet ziet dat is er niet
zij slaat haar handen
voor de ogen en hoopt
dat alles vanzelf over gaat.
 

Week van de Laaggeletterdheid

———————–

Samen

 

Zij past zich aan, haar tred is net zo klein
als die van hem, terwijl hij vroeger
een hardloper was met menig medaille
in de kast, uit het zicht dat wel,
een wandelstok is nu zijn metgezel.
 

Zij draagt de volle tassen
kookt iedere dag gezond
haar hand staat niet vaak stil.
 

Hun dochter woont in Canada
ze zien elkaar want skypen vaak
en prijzen zich gelukkig
menigeen op deze leeftijd is alleen.
 

Hij leest haar dagelijks voor uit de krant
zij vindt het weinig interessant
maar doet alsof het boeiend is
voelt vaak het schrijnend gemis
naar hoe het vroeger was.
 

Het samen lopen over het wijde strand
dansen, praten tot in late uren
de morgen leek ver weg
zij waren jong en niet van steen,
de tijd vloog heen, waarom zo snel
vraagt zij zich af.
 

Zij zucht, hij zwijgt, zet thee
het koekje hoeft zij niet
hij neemt ze alle twee.
 

Week van de Amateur Kunst thema ‘Samen’

———————–

Vrij als een vogel

 

Van binnen ben ik een vogel
maar dit is mijn bestaan
met mijn voeten stevig op de aarde
kijkend naar de volle maan.
 

Van binnen ben ik een vogel
ik zweef over deze stad
daar is de Grote Kerk
jij zit op een terras
geeft mussen brood
terwijl ik hoog
steeds hoger vlieg.
 

Rust even uit bij het Ei van Ko
badder lekker in het water
sla mijn vleugels dan weer uit
en scheer langs de Alphatoren.
 

Vlieg het ziekenhuis voorbij
daal hongerig neer op het gras
pik dan snel een pier of vier
strijk weer neer op dit grote plein
waar de mensen waakzaam zijn
doodstil zit ik achter glas
terwijl ik zo vrij als een vogel was.
 

Geplaatst op het Wilminkplein 2017

———————–

Verbeelding

 

Er ronkt gevaar, de adelaar
zweeft opnieuw voorbij
angst knijpt kelen dicht
praten is geschreeuw.
 

Hier niet, hier viert het leven
haar vrijblijvend feest
is verbeelding aan de macht
fietsen we door het landschap.
Natuur, daarover zijn we
het eens, verveelt niet.
 

Kunst kleurt hier het frisse groen
beelden springen over de horizon
er zijn geen grenzen meer
vissen kunnen vliegen
de maan valt op de aarde
de mens schept schoonheid
eindeloos.
Nog altijd. Altijd.
 

Ik luid geen klok.
 

KunstenLandschap 2018

———————–

Verdwenen licht

 

Er zweeft een schaduw over de stad
die neerdaalt in de straat waar zacht
een rood-wit lint beweegt
geweld het licht verdwenen heeft
iets wat niet te bevatten is
te groot voor mens en dier.
 

Geschokt staan buren
bij elkaar de een praat veel
omdat het helpen kan
dit leed te kunnen dragen
de ander zwijgt en kijkt
wat voor zich uit.
 

Politie speurt, kijkt rond
de ambulance is al weg
de hond jankt zacht
hij gaat met buurman mee.
 

Als rood-wit lint verdwenen is
en het huis leeg en donker,
wil de hond na weken daar
nog steeds naar binnen gaan.
 

3e prijs landelijke stadsgedichtenwedstrijd

———————–

Westerbegraafplaats

 

Er heerst de stilte van het dwarrelende blad
de voetstap op het knerpende grind
berkenstammen in de najaarszon.
 

Natuurlijk zoek ik jou lees je naam hardop
zelfs in de zon is het nu koud
hier zijn nog engelen
vliegen kraaien op
geuren witte lelies
rusten speelgoedbeertjes
huilen kinderen nooit meer.
 

Buiten wacht de wereld met lawaai
fiets ik langzaam naar de stad
bij de Grote Kerk
spelen kinderen
klinkt het carillon.
 

Sta even stil
kijk hoe zij rennen
slap van de lach
zich laten vallen.
 

De speelgoedbeertjes zijn er nog
witte lelies ruik ik niet.
 

Genomineerd landelijke stadsgedichtenwedstrijd

———————–

Vrede slaapt tussen kinderen

 

Het gebeurt, het gebeurt dat men
er alles aan doet om vrede
te laten verdwijnen.
 

Men schiet op haar met grof geschut
verjaagt haar door straten
pleinen tot men haar niet meer ziet.
 

Het lijkt alsof wij na lange tijd
haar niet meer verdragen kunnen
te snel naar wapens grijpen
zelfs bommen laten regenen
zodat vrede naar elders vlucht
naar waar het stil en rustig is.
 

Er wordt een rode loper uitgerold
gepraat soms dagen nachten lang
om haar weer te bereiken.
 

De vrede slaapt, zij slaapt
onwetend van dit tafereel
tussen kleine kinderen
dicht, heel dicht bij elkaar,
zij heeft haar armen om hen heen.
 

Internationale dag van de Vrede

———————–

Enschede-Parijs

 

Toen jij er nog niet was
om preciezer te zijn,
toen jij nog niet in mijn leven was
 

droomde ik mijzelf in Parijs
sprak daar met dichters
dronk met hen rode wijn
kocht stokbrood
en kaas met schimmel
in Enschede volledig onbekend
op dat moment.
 

Ik kende jouw geur niet
geluid van je stem
je mooie handen
bestonden nog niet voor mij.
 

Wel was er een verlangen
dat sprak over iemand
die naast mij zou lopen
dicht, steeds dichterbij
zoals jij dat doet, dat wel.
 

Naar Parijs gingen we samen
heb daar rode wijn gedronken
niet met dichters gesproken.
 

Geplaatst op het Wilminkplein 2018

———————–

Geen paal en perk

 

Onze tijd zal nog wel duren
verveling ligt niet op de loer
de nacht komt te snel.
 

Vaak schieten wij te kort
lopen haastig voorbij
waarnaar wij zoeken
vinden iets anders
op onze weg die soms
omhoog, dan weer
naar beneden gaat.
 

Er is geen paal en perk
er is lucht en ruimte
de zon is er nog steeds
het regent zo nu en dan.
 

We kunnen rivieren oversteken
sprongen maken
rijpe appels plukken
elkaar lief hebben
zolang het vuur brandt.
 

DIEgedichtenbundel Poëzieweek 2019

———————–

Vrijheid

 

Zoals meeuwen dalen en stijgen
zweven en stilstaan
op de wind in zilte lucht.
 

Zoals stilte het geruis
van de branding laat horen
niets anders.
 

Zo vrij wil ik zijn met jou
op maandagmorgen.
 

Diegedichtenbundel Poëzieweek 2019

———————–

Het centrum

 

Terwijl de oostenwind
door mijn kleding snijdt
de Hengelosestraat
langer lijkt dan ooit tevoren,
wacht ik op het kruispunt
met de singel, het stoplicht
staat al veel te lang op rood.
 

Daar is het meubelplein
waar eens de spoelen schoten
Manchester was bekender toen dan Londen
fluwelen gordijnen sloten pasgelapte ramen
waarachter langzaam in benauwenis
de tijd verstreek in driftig tikkende pendules.
 

Voorbij de villa uit een ver verleden
trap ik gelukkig weer in het dynamisch heden
draai de rotonde op en fiets langs Stadskantoor
het spoor naar Duitsland over en ben weer binnen.
 

In mijn stad het centrum van mijn wereld
waar mijn verleden en mijn heden zich bevinden.
 

Daar is de Oude Markt met Grote Kerk,
heel even rem ik af, hoor het carillon,
zij houdt mij vast mijn stad, nog steeds
zijn er de kauwen, zij pikken tussen duiven
wat laatste kruimels in een waterige zon.
 

Mijn trappers draaien al weer rond,
ik kijk alleen vooruit, fiets nu langs
langs Primark en Hudson’s Bay
en heb zoals meestal
op mijn weg naar huis
de gure wind weer mee.
 

In het Magazine Binnenstad