(in de geest van W. Wilmink)
In de schaduw van zijn grote broer
voelde hij zich safe
zolang hij hier maar bleef
was hij stoer
Met zijn broer wilde iedereen
wel graag verkeren
dames alsook heren
zwermden om hem heen
Hem zagen ze niet staan
daarvoor was hij te klein
soms liep hij op het grote plein
maar wat alleen te gaan
En toen viel op een dag
zijn broer om als hout
zwaar als goud
dat liggen mag
Iedereen met wat gewicht
vond er wel wat van
sprak omfloerst over de man
onttrok hem aan het licht
De schaduw van zijn grote broer
verdampte als een zucht
er was geen weg, geen vlucht:
hij was zonnevoer
Soms kijkt iemand naar hem
ben jij niet de broer van?
nee, huilt hij dan
met stille stem
ik ben nergens van.
15 juni 2009. In het kader van het Wilmink Festival.

Frank Wijering