Gedichten van Frank Wijering

Het kind en de beelden

Ik ben het kind tussen de zwervers
bedelend langs het Muziekkwartier,
ik was bij de gang naar de voedselbank,
van mama moest ik helpen dragen,
ik heb gesjacherd bij het scheiden van de markt,
mama ging met een hoofddoek solliciteren
en werd steeds weer afgewezen
tot ze hem afdeed, nu heeft ze een baan,
maar papa heeft haar hard geslagen.
Ik heb nachtmerries,
in ons land is het nog steeds oorlog
ik mis mijn oma en de warme zon
niemand wil mij hebben,
ik ben het kind dat zijn vader niet mag zien,
ik ben het kind dat de straat op moet
als mama gasten ontvangt.

Vaak loop ik dan ’s avonds in de schemering
door het Volkspark. Ik wandel tussen de beelden
ze stellen iets voor wat moeilijk is
maar ze zijn vriendelijk voor mij,
ze hebben me nog nooit afgewezen
ze nemen me in alle rust op, precies
zoals ik ben. Ze luisteren als ik vertel
schreeuwen niet als ik vloek
en ik mag tegen ze leunen als ik huil.
Soms geloof ik dat ze iets tegen me zeggen,
het gaat over niet opgeven, en heel
soms aait er eentje over mijn haar, ik vraag
hoe dat kan, hij zegt: dat noemen we bevrijding
dit is een moment om te dansen,
jouw tijd komt nog wel, let maar op.
Ik geloof hem. En ik let op.

5 mei 2009. Ter gelegenheid van het bevrijdingsfeest.

Frank Wijering

Frank Wijering