Gedichten van Frank Wijering

Juli 2010

Het is hartje zomer, maar de Stadshaard brandt.
Het ketelhuis van Essent, vormgegeven door Hugo Kaagman, is zo’n gebouw waar iedereen meteen een mening over heeft. Je vindt het prachtig, of aanstootgevend. Een ontsierende afleiding van de naastliggende Mariakerk, of een object met ballen; het toefje op de Roombeektaart.
Wat is het?
Voor een stadsdichter is het meer dan voldoende als een gebouw in Enschede zo evident tot ieders verbeelding spreekt. Het mengt traditie met vernieuwing. Het is onontkoombaar.
Het gebouw is zijn eigen statement. Zoals een ouderwetse spreuk in Delfts Blauw: soms irritant, maar geen speld tussen te krijgen. We moeten wel in hem geloven.
Dat is voor mij de inspiratie geweest die heeft geleid tot een serie van acht zomergedichten met als werktitel: gedichten voor bij de Stadshaard.
Ik wil de stadsredactie van TC/Tubantia hartelijk danken voor het idee (ere wie ere toekomt) en voor de aandacht waarmee de gedichten deze zomer hun plek krijgen in het stadskatern.

Zomerserie 2010

Frank Wijering

Frank Wijering