Gedichten van Frank Wijering

Vlieg

(van Heekpark, juli 2009)

Behalve de loden warmte
(neem de tijd voor dit gedicht
want hitte is stroop voor de zintuigen)
is het van Heekpark leeg.

Een vlieg landt op mijn linkerhand
een vlieg als iedere andere, ik
houd ze niet uit elkaar. Maar toch

van deze is er maar één, en dat is zij
zolang ik haar zie en voel en de gelegenheid geef
(ik neem mij voor dat te doen).

Dan vliegt ze weg, ik klief mijn arm
door de hitte en veeg het zweet van mijn voorhoofd

en ze doet wat vliegen vaker doen: ze komt
terug, zelfde hand, zelfde plek
(ik zei toch, neem de tijd, lees deze regels
alsof je de komende drie uur niets omhanden hebt want):

is ze dezelfde? Ze lijkt erop
maar is ze die ene, die enige ene?
Ik kijk naar het beestje en stel vast
dat het niet kan: nooit (reken maar eens uit
hoeveel tijd dàt is!)

zou ze dezelfde kunnen zijn, daarvoor
is er inmiddels teveel gebeurd (drie seconden
twee geboortes, één aardbeving). Ik sta langzaam op
in de ramen van schenkerij Wattez loop ik

mezelf voorbij: ben ik dus toch
weer te snel geweest (het is belangrijk
nu niet af te dwalen, blijf nog even, hoe vaak
hebben we deze gelegenheid, tenslotte) om jou
te ontmoeten in het trage spoor van deze zomer.

Zomerserie 2009

Frank Wijering

Frank Wijering