Gedichten van Jovan Bilbija

Zogenaamd

Er stonden stoepkrijtbloemen
In je stoepkrijtplantenbak,
Voor je uitgeknipte ramen,
En daarachter jij als dame,
Die haar hoofd naar buiten stak.

Of ik binnen wilde komen,
Want ik was je eregast;
Je zou van alles gaan vertellen
Mits ik netjes aan zou bellen
En dan deed jij wel verrast.

En je toonde me je keuken,
Je piepschuim douchecabine,
Al die spullen nam je over
Van de vorige bewoner,
De nieuwe wasmachine.

Maar ik ben toen halverwege
Van die doos daar op het gras
Toch maar even weggekropen
En heb mijn tranen laten lopen
Omdat mama er niet was.

Jovan Bilbija

Jovan Bilbija